Verhaal

Op 14-jarig leeftijd ziet Anton Geesink voor het eerst een judodemonstratie. Hij is onmiddellijk verkocht en neemt les bij Jan van der Horst aan de Amsterdamsestraatweg. Drie jaar later wordt hij voor de eerste keer Nederlands en het jaar erna Europees kampioen. Geesink groeit uit tot een internationale sportheld, wiens hele leven in het teken van de sport zou staan.

 


Anthonius Johannes Geesink (1934-2010) wordt geboren in het Kroonhof in Wijk C. Zijn geboortehuis bestaat tegenwoordig niet meer, de straat evenmin. Na het zien van een judodemonstratie in 1948 komt hij in de ban van de sport. Geesink wordt lid van de judoschool voor arbeiders op de Amsterdamsestraatweg, waar Jan van der Horst hem de kneepjes van de sport bijbrengt. Al snel wordt duidelijk dat de Utrechter aanleg heeft voor het judo. Het duurt dan ook niet lang voordat hij begint aan zijn lange reeks zeges in wedstrijdverband. In 1951 werd Geesink voor het eerst Nederlands kampioen, een jaar later was hij al Europees kampioen.  

1961: wereldkampioen

In 1961 weet de 27-jarige Geesink als eerste judoka van buiten Japan wereldkampioen te worden. In de finale in Parijs verslaat hij de topfavoriet Koji Sone met een wurgende houdgreep. In Utrecht barst een waar volksfeest los: duizenden Utrechters verzamelen zich voor het stadhuis.
Er zijn feestelijkheden op de IJsselsteinlaan, in Wijk C en in Tivoli. Geesink groeit uit tot een mediafenomeen en ontvangt duizenden brieven uit de hele wereld. Nu hij op het wereldtoneel heerst, stelt Geesink zich het doel om goud te halen op de Olympische Spelen van 1964.

Olympische spelen van 1964

In februari 1964 heeft Geesink een auto-ongeluk in Parijs, in april belandt hij in het ziekenhuis en pas op 12 juni wordt hij voorgedragen als Nederlandse deelnemer aan de Olympische spelen. Begin september vertrekt Geesink als eerste van de Nederlandse Olympische delegatie naar Japan. In Tokio wachten honderden Japanse journalisten hem op in de Japanse hoofdstad, waar hij dan ook de meest gefotografeerde man is.  Geesink  haalt de zwaargewichtfinale en wint goud op de Olympische spelen.

Huldiging in Utrecht

Terwijl Japan treurt, ontploft Nederland van vreugde. Kranten verschijnen met speciale edities en in Utrecht worden voorbereidingen getroffen voor een grootse huldiging. Op 6 november arriveert Geesink. De straat waar hij woont barst uit haar voegen en er volgt een ware zegetocht door de stad, met huldigingen in het Stadhuis en in Wijk C. Hier wordt de Utrechtse judoheld benoemd tot 'ereburger van Wijk C' en er wordt bekendgemaakt dat er een straat naar hem wordt vernoemd. Afsluitend op 15 november is de grootse huldiging in de Irenehal van de Jaarbeurs, met maar liefst 9.000 bezoekers. Geesink ontvangt een cheque van 8.000 gulden van de Utrechtse burgerij, bekende artiesten treden op en het publiek scandeert luidkeels:"sakoi, sakoi, sakoi" ("ik daag je uit"), de woorden die Geesink Kaminaga had toegefluisterd bij aanvang van de Olympische finale.

In 1967 beëindigt Geesink zijn carrière als topsporter en wordt hij actief als bestuurder, onder meer bij de Internationale Judo Federatie en het Internationaal Olympisch Comité.

Bron: http://www.hetutrechtsarchief.nl/verhalen#1964

meer

verhalen

meer