Verhaal

Reizen was vroeger niet altijd even comfortabel. De wegen waren slecht en onverhard. Koetsen met vering waren nog niet uitgevonden. Maar in het waterrijke westen van Nederland werd daar iets op bedacht: de trekschuit. De trekschuit was het meest typerende vervoermiddel in het westelijk deel van Nederland. Comfortabel bovendien én punctueel. Buitenlandse bezoekers raakten er niet over uitgepraat.

Auteur: Nettie Stoppelenburg, Het Utrechts Archief

Vanaf de zestiende eeuw werden speciale trekvaarten gegraven. Paarden en mensen trokken de trekschuiten voort via de jaagpaden langs rivieren en vaarten. Soms was het jaagpad zo smal, dat er geen ruimte was voor een paard. Maar waarom gebruikte men geen zeil? Dat kon of mocht vaak niet vanwege de drukte op het water of vanwege bochten in de rivier. Om trekschuiten goed door de bochten te leiden, stonden er rolpalen aan de waterkant. Langs deze rollende palen werd het jaagtouw geleid, waardoor het schip niet de kant terechtkwam. Langs de Vecht, voorbij Utrecht en in de buurt van Breukelen, staan enkele replica’s.

In het roefje

Wie reisde met de trekschuit, zat meestal in het roefje: de kajuit voor de passagiers. De reis van Amsterdam naar Utrecht duurde ongeveer zeven uur. Er was dus genoeg tijd om veel te praten. De Duitser Karl Friedrich Zelter nam in 1823 de trekschuit van Utrecht naar Amsterdam en schreef daarover aan Wolfgang Goethe: ‘Een vijfjarig knaapje was mijn naaste buurman en hij viel in slaap met zijn hoofdje in mijn schoot. Zijn moeder, een forse vrouw, stiet de jongen aan om de heer geen last aan te doen. Ik mocht mij stil houden, want er werd Hollands gesproken, waarvan ik het meeste wel verstond, omdat ik een beetje Hollands kan lezen. Tenslotte maakte de tabakswalm mij zo onmenselijk benauwd, dat ik op mijn manier in goed Hollands uitriep: ‘Als ik thuis kom, verkopen ze mij als een gerookt varken!’ Heel het schip daverde van het lachen en zij vroegen elkaar: ‘Wat heeft hij gezegd?’ Ik sprak door en merkte, dat de vrouwen van dit land zeer galant leken tegenover het andere geslacht, terwijl ze zich bij levende lijve tot rookspek lieten maken, en nu konden zij allen opeens goed Duits en de conversatie werd zo opgewekt, dat het schip in Amsterdam was aangekomen voor men er erg in had.’

Veerdiensten

In de zeventiende eeuw waren er verschillende veerdiensten met trekschuiten. Vanuit Utrecht vertrok een schuit naar Leiden, naar Amsterdam, naar Rotterdam en naar Vreeswijk. De schuiten vertrokken vanaf een vaste plaats en op vaste tijd tijden. In almanakken kon men de vertrekplaatsen opzoeken. Zo vertrok de schuit naar Leiden vanaf het Leidse Veer, de schuit naar Amsterdam vanuit de Weerdsluis en die naar Vreeswijk ging vanaf het Vaartsche Veerhuis buiten de Tolsteegpoort. De veerdiensten waren particulier eigendom, maar het stadsbestuur hield wel toezicht. Als een schipper zijn veerdienst wilde verkopen, moest hij toestemming vragen aan het stadsbestuur.

Het einde van de trekschuit

In de Utrechtse Almanak van 1817 is te lezen dat er drie trekschuiten per dag naar Amsterdam varen. ’s Morgens ten zeven uren, ’s middags ten een uur en ’s avonds ten acht uren. Ook voer er eens per dag de snellere schietschuit, die met twee paarden voortgetrokken werd en zo 11 kilometer per uur haalde. De trekschuit ging niet harder dan 7 kilometer per uur. Ondanks deze snelheid, de prettige manier van reizen en de gezelligheid onderweg staat de trekschuit in de tweede helft van de negentiende eeuw bekend als de volksschuit. Het is dan goedkoper om een treinkaartje voor de derde klasse te kopen. De aanleg van de spoorwegen betekende dan ook het einde van de trekschuit.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

Meer informatie

v.C., Lof van de Utrechtse Trekschuit, in: Tijdschrift Oud Utrecht, 1967, pagina 53.

A.A. Manten, De scheepvaart op de Vecht, in: Tijdschrift Oud Utrecht, 1991, pagina 118.

J.G. Bokma, Trekschuit- en beurtveerdiensten in de Vechtstreek (2), in: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, 1998, pagina 109

M. Kennis, Per trekschuit door de Vechtstreek

Bij gelegenheid van het herplaatsen van een rolpaal langs de Vecht, in: Tijdschrift Historische Kring Maarssen, 2004.

Jan de Vries, Barges and capitalism. Wageningen, 1978

 

 

 

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer