Verhaal

Hij was de eerste tsaar die buiten de grenzen van Rusland reisde. Peter de Grote interesseerde zich zeer voor de cultuur van West-Europa. Dat bekeek hij daarom ook graag met eigen ogen. Hij verdiepte zich onder meer in de Hollandse scheepsbouw op de Amsterdamse VOC-werven. Maar deed ook Utrecht aan. Twee keer zelfs.

Auteur: Nettie Stoppelenburg, Het Utrechts Archief

Tsaar Peter kwam op het idee om zich te verdiepen in de scheepsbouw door zijn boezemvriend Franz Lefort. Deze Zwitser had ooit gediend op een Hollands oorlogsschip. De tsaar vertrok in augustus 1697 richting Amsterdam voor zijn eerste reis. Hij reisde incognito, vergezeld door 30 jonge edellieden. Op 17 augustus kwam hij aan in Zaandam, waar hij wilde werken op de scheepswerf. Vanwege de grote publieke belangstelling duurde zijn verblijf daar maar kort. De tsaar vertrok daarom naar Amsterdam, waar hij op de werven van de VOC werkte. Hij kocht timmermansgereedschap, leerde er doodskisten timmeren en schepen bouwen. Maar ook horloges maken, papier scheppen, secties verrichten en tanden trekken.

Het eerste bezoek aan Utrecht

Tsaar Peter bezocht Utrecht voor het eerst in september 1697. Hij kwam incognito en werd dus niet officieel door het stadsbestuur ontvangen. Op 9 september nam de tsaar zijn intrek in herberg ‘de Toelast’, gevestigd in het middeleeuwse huis Blijdestein, nu Oudegracht 156. Hier ontmoette hij koning-stadhouder Willem III, gewoon in zijn hotelkamer. Willem maakte een tripje vanaf paleis Het Loo. Wat tsaar Peter en Willem toen bespraken, is nooit bekend gemaakt. Gedacht wordt dat het gesprek ging over het verbeteren van de relaties tussen Rusland en West-Europa.

Het tweede bezoek aan Utrecht

Van december 1716 tot augustus 1717 bezocht tsaar Peter Nederland opnieuw. Vergezeld door zijn tweede echtgenote Catharina. Het gezelschap logeerde bij Christoffel van Brants in Amsterdam. Ook toen stond Utrecht op het programma. Hij bezocht er de zijdefabriek van David van Mollem aan de Vecht bij het huis Zijdebalen. Deze fabriek had negen twijnmolens, die werden aan gedreven door de waterkracht van de Westerstroom. Tsaar Peter wilde eigenhandig voelen hoe sterk de waterkracht was. Dat werd net niet zijn dood: bijna was hij tussen de aandrijfassen gevallen.

Een Russische spion in Utrecht

In 1721 stuurde tsaar Peter zijn bibliothecaris, Johann Daniel Schumacher, naar West-Europa. Hij deed onder meer Nederland aan. De bibliothecaris bezocht onder andere de instrumentmakers Fahrenheit en Van Musschenbroek. Ook ging hij langs Zijdebalen in het gezelschap van de wiskundige Johann Wenceslaus Kaschube die vermomd was als lakei. David van Mollem wilde de technische bijzonderheden van de twijnmolens geheimhouden, maar Schumacher hoopte dat het Kaschube zou lukken om toch stiekem een tekening te maken. Schumacher kwam twee weken lang elke dag bij David van Mollem. Kaschube had daarmee voldoende tijd om de machines uitgebreid te bekijken en te tekenen. Schumacher maakte in het Russisch een verslag voor tsaar Peter. Toen hij in Rusland terug kwam, benoemde tsaar Peter hem tot secretaris van zijn nieuwe Academie van Wetenschappen. Maar of er ooit nog iets gedaan is met de tekeningen van de twijnmolens, is niet bekend.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

Meer informatie

- Barany, [the czar of Muscovys speech to king William when he met him at Utrecht]. Envelop met typoscripten in diverse talen in de bibliotheek van Het Utrechts Archief

- Vermij, Bedrijfsspionage in de achttiende eeuw. Een agent van de tsaar te ‘Zijdebalen’. In: Tijdschrift Oud-Utrecht 1990.

 

 

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer