Verhaal

Ten noordwesten van het 19de-eeuwse fort Vechten, dat deel uitmaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, ligt een speciaal park. De resten van het Romeinse castellum Fectio liggen hieronder verborgen. Vroeger lag hier een boomgaard waar je tussen de bomen hier en daar een glimp op kon vangen van het rode gruis van steen en aardewerk. Al in de 17de eeuw is dit een bekende vindplaats van Romeinse oudheden. Ook komen bij de bouw van het Fort Vechten - onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie - in 1867-'70 vele Romeinse voorwerpen aan het licht. Tot op de dag van vandaag is nog geen 10 procent van het kamp archeologisch onderzocht; de verbreding van de rijksweg A12 vormde behalve de aanleiding ook de beperking van het grootste onderzoek tussen 1989 en 1996.

Fectio - in de naam weerklinkt de riviernaam ‘Vecht’ - is met de castra bij Nijmegen de oudste Romeinse legerplaats in Nederland. Vlakbij de splitsing van Rijn en Vecht leggen de Romeinen onder keizer Augustus dit fort rond het jaar 4 of 5 aan, als bevoorradingskamp bij hun pogingen om Germanië te veroveren. Per schip kunnen de veroveraars via de Vecht en het Oer-IJ de Noordzee bereiken, om zo verder te varen richting de Duitse Elbe. De Romeinen willen de Germanen van verschillende kanten aanvallen, in de hoop hen tot overgave te dwingen.

Verbouwing

Nadat keizer Claudius (41-54) het idee opgeeft om het Romeinse rijk nog verder naar het noorden uit te breiden, gaat Fectio deel uitmaken van de Romeinse rijksgrens, de limes. Daartoe wordt het fort versterkt, en niet voor het laatst, want opgravingen maken duidelijk dat het castellum in totaal zeker acht keer is verbouwd. Er zijn regelmatig overstromingen van de Vecht, waardoor het kamp moet worden verplaatst. Net als het fort in Utrecht valt het castellum in Vechten in 69-70 ten prooi aan opstandige Bataven, die het in brand steken. En net als het Utrechtse castellum is Fectio in het begin van de derde eeuw in steen herbouwd.

Voetvolk en ruiters

Het garnizoen in Vechten bestaat voornamelijk uit cavalerie (ruiters). Er zijn buitenlandse hulptroepen gelegerd. Aan het einde van de eerste eeuw zijn dit de gemengde afdelingen infanterie en cavalerie II Brittanorum en I Flavia Hispanorum, een Engelse en een Spaanse legereenheid. Eind tweede en begin derde eeuw zijn hier Thracische ruiters gestationeerd, de ala I Thracum. Er is wel gesuggereerd dat Fectio een vlootstation voor de Romeinse vloot classis Germana is geweest, maar harde bewijzen - zoals een grote haven of inscripties van de legereenheid - zijn nooit gevonden.

Vicus

Nabij de legerplaats Fectio ontstaat een zogenoemde vicus, een civiele nederzetting. Het is in Vechten een komen en gaan van handelaars, zo bewijzen onder meer de vondst van een Romeinse platbodem, een kleine insteekhaven en een altaarsteen van schippers uit het huidige België. Ook herbergt de Vechtense vicus een of meer smederijen, gezien de opvallende hoeveelheid metaalslak en brandhaarden die op het terrein zijn aangetroffen. De bewoners van de vicus moeten herhaaldelijk strijd voeren tegen het water van de Vecht. Door overstromingen is het kamp dorp regelmatig onbewoonbaar en moet de grond worden opgehoogd.

Uitzonderlijk

Tussen de andere castella in het Utrechtse deel van de limes heeft Fectio een uitzonderlijke positie. Niet alleen is dit het oudste castellum, het heeft ook de sterkste bezetting. In tegenstelling tot de overige Utrechtse castella zijn er ruiters gelegerd, die direct kunnen uitrukken wanneer ergens een crisis uitbreekt. Mogelijk dient Fectio enige tijd als hoofdkwartier voor de ondercommandant van Neder-Germanië. Het fort herbergt ook andere hooggeplaatsten uit het Romeinse leger, zo is af te lezen aan door hen gestichte altaren die er zijn gevonden.

meer
meer