Verhaal

Op 28 augustus 1939 kondigde de Nederlandse regering de mobilisatie af; het uitbreken van een nieuwe wereldoorlog was onomkeerbaar. Aan de rand van Amersfoort verrees een krans van barakkencomplexen. In eerste instantie was Kamp Amersfoort aan de Laan 1914 een huisvesting voor militairen uit het Nederlandse leger. Maar toen na vier dagen strijd Nederland door Duitsland werd bezet, werd Kamp Amersfoort een Duits gevangenenkamp. Op 18 augustus werden de eerste gevangenen - 195 mannen, voornamelijk communisten - in het kamp ondergebracht. Nu herinnert een bezoekerscentrum, met een schietbaan en fusilladeplaats, aan de gruwelijkheden die gevangenen in Kamp Amersfoort hebben meegemaakt.

De officiële naam werd ‘Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort’. Het was een doorgangskamp waar allerlei gevangenen vast gehouden werden tot nader vertrek: joden, gijzelaars, Russische krijgsgevangenen, illegale werkers en verzetsstrijders. Totaal hebben 35.000 gevangenen in dit kamp vastgezeten. Het merendeel -zo’n 22.000- werd uiteindelijk naar vernietigingskampen getransporteerd. Slechts een klein aantal werd na verloop van tijd vrijgelaten en een enkeling vluchtte. Daarnaast bezweken zo'n 220 gevangenen aan uitputting en ontberingen en werden er nog eens 430 gefusilleerd.

'Gemoderniseerd'

De kamporganisatie was weinig gedisciplineerd en stond daardoor bloot aan de grillen van de dienstdoende Duitse commandanten. Tijdens de eerste  periode (augustus 1941 tot maart 1943) betrokken de Duitsers het kamp en bouwden het om tot een concentratiekamp. In de tweede periode (vanaf mei 1943) werd het kamp ‘gemoderniseerd’ en uitgebreid met een groot aantal stenen barakken, omgeven door een dubbele rij prikkeldraad en acht wachttorens. Op dat moment was Kamp Amersfoort de enige, grote verzamelplaats van gevangenen van de Sicherheitsdienst. 

Werkcommando's

De gevangenen ondergingen vele mensonterende ontberingen: honger, vuil, vernedering, ziekte, zwaar werk, strafexercities en elke dag urenlange appèls waarbij allerlei zinloze oefeningen moesten worden gedaan: muts op, muts af, vuist maken, vuist open, etc., tot de uitputting nabij was. De werkcommando's verschilden van elkaar, maar een ding staat buiten kijf: het Jodencommando was het allerzwaarst. Zij werden het slechtst behandeld en verrichten ongehoord zwaar werk.

meer
meer