Verhaal

Na de machtsgreep van de Utrechtse patriotten in 1786 ontstaat er een tweedeling. Een deel van de provincie blijft trouw aan de stadhouder, andere plaatsen steunen juist de patriotse revolutie. De oppositie krijgt vooral in Utrecht steeds meer macht. In een poging zijn macht te herstellen, omsingelt stadhouder Willem V de stad Utrecht.

De Leksluis bij Vreeswijk is een strategisch belangrijk punt en Willem V wil dan ook deze sluis heroveren. Maar het leger dat deze klus moet klaren, bestaat uit onervaren, slecht geoefende en onbetrouwbare troepen. Als het Utrechtse stadsbestuur een klein patriots leger van 250 man erop af stuurt, komt het op 9 mei 1787 tussen Jutphaas en Vreeswijk tot een treffen.

Patriotse overwinning

Even voorbij Jutphaas stuit het patriotse leger op dat van de stadhouder. Bij het eerste stadhouderlijke salvo vallen aan patriotse kant enkele slachtoffers, maar de patriotten laten zich niet uit het veld slaan en schieten terug. Daarop slaan de troepen van de stadhouder op de vlucht. De Utrechtse patriotten maken honderden wapens en de krijgskas met 30.000 gulden buit. Een week later krijgen de gesneuvelde patriotten een heldenbegrafenis in Utrecht, die uitgroeit tot een grootse patriotse demonstratie.

Opstand neergeslagen

In het najaar van 1787 is de echtgenote van stadhouder Willem V, Wilhelmina van Pruisen, onderweg naar Den Haag, wanneer patriotten haar bij Goejanverwellesluis tegenhouden en terugsturen. Diep beledigd roept Wilhelmina de hulp in van haar broer Frederik Wilhelm II, de koning van Pruisen. Deze stuurt daarop een leger naar de Republiek om orde op zaken te stellen. De patriotten slaan massaal op de vlucht, veelal naar Frankrijk. Daar is het klimaat meer revolutionair en antimonarchistisch. De Franse Revolutie - die voor een politieke omwenteling zou zorgen - moest nog plaatsvinden, maar er waren daar veel mensen met dezelfde idealen.

Meer weten? Bekijk deze aflevering van Het Verleden van Utrecht over de gevechten bij Vreeswijk.

meer
meer