Verhaal

Zo! Om te beginnen gaan we een aquaduct bouwen…'Een aquaduct!? Maar Nogalfix…Wij hebben helemaal geen aquaduct nodig! Het water stroomt precies door het dorp en onze velden!' 'Dan verleggen we de beek! Ik wil een aquaduct… Dat staat Romeins!!!’ Goscinny en Uderzo, Een avontuur van Asterix de Galliër: De Kampioen, Parijs, Brussel/Haarlem 1966.

De aanwezigheid van het Romeinse leger in ons land heeft gevolgen voor de inheemse bevolking. Hun nederzettingen leveren niet alleen manschappen aan het leger, maar voorzien de troepen ook van paarden, voedsel en gebruiksvoorwerpen. Door hun contacten met de Romeinen komt een proces op gang dat bekend staat als ‘romanisering’.

In alle gebieden die de Romeinen bezetten, maken ze gebruik van een handige strategie: ze zorgen ervoor dat de plaatselijke tradities en gewoonten zonder veel ophef opgaan in de Romeinse leefwijze. Zo creëren ze nieuwe godheden door combinaties te maken van lokaal vereerde godheden en Romeinse goden en godinnen. Hun eigen muntstelsel voeren ze in met behoud van plaatselijke muntrechten. Ze introduceren nieuwe producten en technieken, die de inheemse bevolking (deels) overneemt.

Smeltkroes

Maar het is voor de provincie Utrecht lastig aan te geven in welke mate deze romanisering heeft plaatsgevonden. Utrecht is in de Romeinse tijd slechts grensgebied en echte Romeinse soldaten zijn er in deze regio weinig. Alleen hooggeplaatste legerleiders, commandanten en officieren, zijn afkomstig uit Italië. Verder legeren er vooral hulpsoldaten, eerst rekruten uit de eigen regio, later ook soldaten uit andere overwonnen gebieden, zoals Bulgarije. Deze hulpsoldaten brengen hun eigen gewoonten en opvattingen mee. Zo ontstaat een smeltkroes van culturen.

Echte Romeinen

Toch vindt beïnvloeding door de Romeinse cultuur in Utrecht wel degelijk plaats. Dat gebeurt echter indirect, via Gallië en het Rijngebied. Er is contact met dit sterker geromaniseerde achterland door de import van Romeinse producten. Zo zijn er Romeinse godenbeeldjes teruggevonden in inheemse nederzettingen, naast Romeins servieswerk, kralen en munten. Doordat belangrijke functies als commandant of officier met regelmaat worden vervuld door houders van het Romeinse burgerrecht, kunnen de plaatselijke rekruten zien hoe een ‘echte’ Romein leeft.

Primitief volkje

Of de Romeinen zich omgekeerd ook door de Bataven en andere inheemse bewoners hebben laten beïnvloeden, is zeer de vraag. Waarschijnlijk vonden de overheersers de plaatselijke bewoners maar een primitief volkje, zo blijkt uit aantekeningen van de geschiedschrijver Tacitus.

Villa

De hulptroepen van het Romeinse leger in de castella langs de Rijn bestaan dus voor een groot deel uit niet-Romeinen. Veel soldaten zijn Bataven uit de streek of buitenlandse rekruten. Wanneer een soldaat na 25 jaar dienst eervol ontslag krijgt, ontvangt hij naast zijn militair diploma tevens het Romeinse burgerrecht. Het komt regelmatig voor dat een inheemse veteraan terugkeert naar zijn geboortegrond en daar een woning naar Romeins voorbeeld laat bouwen. Zulke ‘villa’s’, geromaniseerde boerderijen, zijn op verschillende plaatsen in Nederland opgegraven, bijvoorbeeld in Houten.

meer
meer