Verhaal

Vlak achter het Prinses Máxima Centrum ligt landgoed Oostbroek verstopt. Een plek waar ooit monniken in bos, boomgaarden, kruiden- en moestuinen werkten en waar rijke lieden later siertuinen en statige huizen bouwden. Nu genieten bezoekers er van het groen en de rust aan de rand van de oostkant van Utrecht. Van woeste grond tot oase: dit is Oostbroek.

In een moerassig gebied een klooster stichten, dat werd mogelijk nadat bisschop Godebald de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede in het jaar 1122 liet afdammen. Hierdoor kon de waterhuishouding geregeld worden en zo het moerasgebied ontgonnen. Zo ook aan de oostkant van Utrecht. Het woeste Oostbroek transformeerde naar een plek met een klooster en een kerkje waar jarenlang nonnen en monniken woonden in de benedictijnenabdij van Sint Laurens. De naam Oostbroek verwijst overigens naar de ligging en het soort gebied: oost verwijst naar de ligging ten opzichte van Utrecht, broek betekent moerassig gebied.

Boerenwerk op uithoven

De kloosterlingen van Oostbroek hielden zich onder meer bezig met het ontginnen van de grond en bewerking daarvan en alles wat hoort bij het monnikenleven. De abdij bezat ook uithoven, boerderijen waarop lekenbroerders boerenwerk deden. Een van die boerderijen, De Uithof genoemd, was in gebruik door de universiteit. En bovendien de naamgever van het gebied ten oosten van de stad Utrecht.

Aan het eeuwenlange succesvolle bestaan van dit klooster kwam rond 1580 een einde, er woonden toen nog maar een paar monniken en de Reformatie was in volle gang. Toen het stadsbestuur van Utrecht het gebied Oostbroek verbeurd verklaarde werd het merendeel afgebroken. Vanaf dat moment werd het gebied vooral gebruikt voor landbouw.

Buitenhuis met slingerpaden

Tot 1676.
Via een openbare verkoping werd de rijke Pieter Ruijsch eigenaar van Oostbroek. Hij liet er een nieuw buitenhuis bouwen op de fundering van het oude klooster. Er kwam een mooie tuin rond het huis, met rechte zichtas, vlakverdeling en wat slingerpaden. Na zijn dood in 1700 heeft het huis verschillende eigenaren gekend die het vooral als zomerhuis gebruikten.

Afbreken en weer opbouwen

Utrechtse wethouder Willem Jan Royaards van den Ham kocht Oostbroek in 1882. In eerste instantie richtte hij zich op het groen rondom het huis. Hij breidde de moestuin uit en maakte een landschapspark in de destijds populaire Engelse landschapsstijl. Kenmerkend hiervoor is de voorliefde voor asymmetrie. De slingerpaden in het parkbos zijn er nog steeds. Vijf jaar later pakte hij ook het huis aan: hij liet het helemaal afbreken en er een nieuw huis herrijzen. In de tuin kwam een koetshuis en een oranjerie met ook woonruimte voor de tuinman. Allemaal in dezelfde stijl als het huis.

De uitbreiding

De volgende eigenaar (1912), Jean Chretien van Son, breidde het huis uit met een vleugel en veranderde de voorgevel. Het huis kreeg hierdoor het aanzien dat het nu nog heeft. Zowel aan de voor- als aan de achterkant van het huis is nog veel te herkennen van vroeger. Zoals elementen van de Engelse landschapsstijl: het druppelvormige grasveld aan de voorkant en paden die het veld aan de achterzijde omringen. Op het landgoed vind je verder nog een bos waarin je kunt wandelen, een kruidentuin, naar voorbeeld van de oude kloostertuin en een boomgaard met oude fruitrassen. Sinds 1978 is landgoed Oostbroek in bezit van het Utrechts Landschap, de organisatie heeft haar kantoor in het hoofdhuis. Landschap Erfgoed Utrecht bemant het koetshuis en in de oranjerie zit 't Winkeltje van Oostbroek waar bezoekers van het landgoed onder meer streekproducten kunnen kopen.

Bronnen en meer lezen

- Verbeeck, S (1990) Oostbroek. Het landschap als geschiedenisboek in de provincie Utrecht. Utrecht: Provinciale Bibliotheek Centrale Utrecht.

- KasteleninUtrecht.eu. Oostbroek

- Kunstcentraal.nl. Geschiedenis van landgoed Oostbroek

meer

Gerelateerde objecten

meer