Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

De stoel rust op vier gerekt S-vormige, aan de voorzijde overhoeks geplaatste poten, die overgaan in de accoladevormige zittingregels, waarvan de voorregel in het midden een vierkante uitstulping vertoont. Samen vormen zij een gewelfd trapeziumvormig zittingraam. De achterpoten lopen uit in de accoladevormige rugstijlen en vormen samen met de gebogen kap- en accoladevormige onderregel het rugpand. Op de hoeken en in het midden van de kap zijn geschulpte uitstulpingen van eikenhout aangebracht, die in de profilering zijn geschoven en met deuvels zijn verankerd. Gebogen armleuningen, die van kussentjes zijn voorzien, eindigen in een voluut en worden gedragen door iets teruggezette, naar achter gebogen stutten, die naadloos uit het zittingraam voortkomen. Plaatselijk is het meubel voorzien van gesneden details: in het midden van de voorregel is een laurierkrans, geflankeerd door stijve guirlandes aangebracht die in verwante vorm terugkeert op het midden van de kap. Het midden van de onderregel wordt gemarkeerd door een rechthoekig, geprofileerd veld, waarin een in het midden verheven schotel is aangebracht, de knieƫn van de voorpoten worden geaccentueerd door een acanthusblad. De zitting-, rug- en leuning zijn bekleed met beschilderd jute. Het meubel is geschilderd en verguld op een gesso grond.

Stoel

Instelling Centraal Museum
Collectie Collectie
Deelcollectie Collectie Centraal Museum
Soort / type stoel
Objectnummer 17847
Materiaal jute, mahoniehout
Bron http://centraalmuseum.nl/ontdekken/object/#o:14672
meer