Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

De stoel rust op overhoeks geplaatste S-vormige voorpoten en rechte, schuin naar achter geplaatste achterpoten, elk eindigend in een lob. De poten zijn door dubbel getoogde pen- en gatverbindingen met vier gebogen en aan de onderzijde accoladevormige voor- en zijzittingregels verbonden. Deze verbindingen worden aan de onderzijde van de zitting verstevigd door vier beukenhouten hoekklossen die met gesmede nagels zijn vastgezet. De achterpoten lopen door in de gewelfde stijlen van de rugleuning, met daarop de accoladevormige kapregel en ertussen de tevens accoladevormige onderregel. Met enkel getoogde pen- en gatverbindingen zijn deze in de rugstijlen vergaard. In het midden van het rugpand is een vaasvormige gezaagde middenstijl aangebracht, die met pen- en gatverbindingen is gelijmd. De zitting is bekleed met een nieuwe geelgroen in bloempatronen geschoren trijp, afgezet met een biesje en opgevuld met paardenhaar. De onderzijde van de zitting is bekleed met jute en drie jute singels. Het houtwerk van de stoel is afgewerkt met een wasafwerking.

Stoel

Instelling Centraal Museum
Collectie Collectie
Deelcollectie Collectie Centraal Museum
Soort / type stoel
Objectnummer 50043
Materiaal mahoniehout, trijp
Bron http://centraalmuseum.nl/ontdekken/object/#o:26507
meer