Bekijken

De rechthoekige onderbouw rust op vier poten, waarvan de achterste poten rechthoekig van vorm zijn. De twee voorste poten zijn gedecoreerd met acanthusblad. Het basement heeft afgeschuinde gecanneleerde hoeken en is opgebouwd uit twee delen, waarbij het onderste gedeelte hol op loopt. Aan de voorkant van het basement onder de onderste lijst, bevindt zich een schortstuk. Het basement is evenals de kap wat breder dan het middelste deel, de slingerkast. Geprofileerde lijsten markeren de overgangen van basement naar slingerkast, en van slingerkast naar kap. De slingerkast met afgeschuinde hoeken heeft aan de voorkant een deur met een scharnier aan de rechterkant en een sleutelgat aan de linkerkant. De deur heeft een geprofileerde lijst met op de hoeken een vierkante uitsparing voor een vierkant rozet. In het midden bevindt zich het ovale slingervenster met een slingerstuk. Dit slingerstuk bestaat uit een ovale lijst van een gevlochten touw met een guilloche er overheen. Aan de bovenkant van deze sierlijst is een rozet van vier laurierknoppen aangebracht voor een gekreukelde strik met twee laurierstrengen met lint omwonden naar de zijkanten afhangend. De getoogde kap heeft voor de wijzerplaat een glazen deur met een scharnier aan de rechterkant. Op de hoeken van de kap aan de voorkant bevinden zich gecanneleerde ronde zuilen met voetstukken en Corinthische kapitelen. Deze zuilen zijn driekwart rond. Tegen de zijkanten van de kap is opengewerkt hout met bladvoluten geplaatst met witgekalkt linnen erachter gespannen. Tegen de achterkant bevinden zich kwartronde zuiltjes. De kroonlijst van de kap bestaat uit opengewerkt hout van bladvoluten. Erboven is een geprofileerde lijst aangebracht met aan de voorkant een fronton afgewerkt met een eierlijst. Op de hoeken van de kap aan de voorkant zijn twee urnen geplaatst, gedecoreerd met guirlandes. Op de kap bevindt zich een rechthoekig hol oplopend topstuk. Het topstuk is aan de zijkanten gefineerd en is aan de voor- en achterkant met leer bespannen. Het topstuk wordt bekroond met een urn aan de voorkant gedecoreerd met een festoen en bekroond met een bloemknop. De metalen wijzerplaat is rechthoekig met een halfronde bovenkant. In de toog is de zilveren cijferring geplaatst. De uren zijn aangeduid met Romeinse cijfers, de minuten met Arabische cijfers met vijf oplopend. In het midden zijn twee ajour wijzers bevestigd. Achter de wijzers is een cijferring voor het wekkerwerk geplaatst. Binnen de cijferring aan de bovenkant bevindt zich een kleinere ring voor de secondeaanduiding met Arabische cijfers met vijf oplopend. Binnen deze ring is boven de secondewijzer een vierkante uitsnede gemaakt met het datumcijfer erachter. Aan de linkerkant binnen de cijferring bevindt zich een sectorvormige uitsnede voor de maandaanduiding door middel van geschilderde Romeinse goden. Erboven is het bijbehorende getal 30 of 31 te zien, al naar gelang het aantal dagen van de betreffende maand. Aan de rechterkant bevindt zich een sectorvormige uitsnede voor de dagaanduiding door middel van geschilderde Romeinse goden, met attributen. Aan de onderkant binnen de cijferring is een ronde maanstandindicator geplaatst waarbij de schijf beschilderd is met maan en sterren. Erboven bevindt zich een boogvormige uitsnede voor de aanduiding van de ouderdom van de maan waarbij een reeks getallen van 1 tot 29.5 de ouderdom van de maan aangeven. De koperen plaat achter de cijferring is verguld en gegraveerd. Onderaan de cijferring bevindt zich de signatuur. Onder de cijferring is de wijzerplaat beschilderd met een terras met uitzicht op een berglandschap. Rechts zijn twee zuilen en een gedrapeerd gordijn geschilderd met daar onder een gevleugelde vrouw met een zandloper op haar hoofd, gekleed in een blauwe jurk, met in haar handen een schakelketting. Rechts naast de vrouw bevinden zich twee putti die een bord vasthouden waarop aan de onderkant de Romeinse cijfers XI en XII te zien zijn. Mogelijk is dit een zonnewijzer. Aan de linkerkant is een buste op het einde van een borstwering geschilderd. Voor de buste bevinden zich twee putti. De linker putto is als repoussoir op de rug gezien, en is donker met een donkerblauwe draperie om zich heen. Deze putto draagt aan de linkerkant een nauwelijks brandende omgekeerde fakkel. De rechter putto is blank, draagt een witte draperie, een bloem voor de borst, en een hoog oplaaiende fakkel aan de rechterkant. Deze twee putti lijken als elkaars evenbeeld de dag en de nacht te symboliseren. Mogelijk is hier de godin van de tijd afgebeeld met haar attributen. Het werk geeft aan: seconden, minuten, uren, wektijd, volledige kalender (dag, datum, maand, maan, hoogwater). Het gaande werk heeft een ankergang. De halfuurslag is een slag op twee bellen.

meer