Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

001)De uurwerkkast rust op vier bolpootjes. Het uurwerk heeft een kooiconstructie waarbij het frame bestaat uit een grondplaat en een zolderplaat met op de hoeken vier pilaren. Tussen de pilaren bevinden zich metalen platen. De plaat aan de voorzijde is gegraveerd met bloem- en bladmotief. Op de voorkant zit een losse cijferring. De cijferring steekt aan de zijkanten buiten de kast uit. De vier pilaren worden bekroond door pinakels. Boven de wijzerplaat en de deuren is een fret of belhek in de bovenplaat geschroefd. Deze is ajour gezaagd; het belhek aan de voorkant is met bladvoluten gegraveerd. De bel is opgehangen boven het uurwerk in het belkruis dat bekroond wordt door een pinakel. De ankervormige slinger zwaait door een opening in de deuren buiten de klok. Deze openingen zijn afgesloten met een sectorvormige doos met aan de voorkant glas. De achterzijde is aan de binnenkant rood beschilderd. Op de wings is ajour zaagwerk aangebracht. Aan de achterkant steken aan de onderkant twee pennen uit. Daar boven zit, rechts uit het midden, een oog waardoor het touw loopt. De achterplaat is los te maken met behulp van twee pennen aan de bovenkant. In de bodemplaat zitten vier gaten voor het ophangsysteem van de gewichten. Er zijn drie gewichten: één groot cilindervormig gewicht en twee kleinere gewichten. De cijferring heeft in het midden één wijzer, met eronder een wekkerring. De uren op de cijferring worden met Romeinse cijfers aangegeven, gescheiden door een Engelse lelie. Bovenaan de cijferring is de signatuur aangebracht. Het werk geeft de uren en de wektijd aan. Het slagwerk is voorzien van een sluitschijf. De spillengang is boven op de zolderplaat gemonteerd. De slinger zit direct aan de spil vast. De console en de onderkant van de plank zijn met golvend houtsnijwerk gedecoreerd. Aan de bovenkant van de wandplank bevindt zich een horizontale inkeping met gat, oorspronkelijk bedoeld voor de pen van de slinger van een stoelklok. In het horizontale plankje van de console zit een vierkant gat met daar om heen vijf ronde gaten, voor de verschillende gewichten van een stoelklok. Aan de zijkant van de wandplank bevinden zich meerdere gaten en afgebroken schroeven. Hier zullen waarschijnlijk, zoals gebruikelijk bij de Friese stoelklok, nog hermen aan bevestigd zijn geweest. 002) Het klokkenrekje is halfrond, en heeft twee hoefijzervormige banden halverwege de onder- en bovenkant waaraan de spijlen bevestigd zijn. Er zijn veertien spijlen, elk bestaand uit drie delen. Bij het bovenste deel, boven de tweede band, lopen de spijlen van de zijkanten naar het midden hoog op. Aan de uiteinden zit een punt. De voorzijde van de banden is geribbeld.

Geel metalen kast met bovenop een wit metalen bel op ajour bovenkant. Gegraveerde wijzerplaat (J. Windmills London) en aan beide zijde een driehoekig kastje met glas waar de pendule zich binnenin vrij kan bewegen.

Lantaarnklok (wingclock)

Instelling Centraal Museum
Collectie Collectie
Deelcollectie Collectie Centraal Museum
Soort / type klok, stoeltjesklok, uurwerk
Objectnummer 8684
Materiaal geel metaal, glas, wit metaal
Bron http://centraalmuseum.nl/ontdekken/object/#o:5094
meer