Bekijken

Natewisch wordt in 1270 voor het eerst genoemd. Het betreft een leen van de graaf van Gelre, opStichts territorium, aan Gijsbert I van Zuylen. Het omgrachte huis, een woontoren van twee bouwlagenmet een kelder en bedekt door een schilddak, werd op 27 oktober 1536 erkend als ridderhofstad. De vroegste tekenening van Natewisch dateert van 1647. Hierop is een omgracht terrein te zien,waarop de woontoren, enkele stenen gebouwen met trapgevels, en een hooiberg staan.Het omgrachte terrein was via een brug en eenpoortgebouw te bereiken. De dochter vanGijsbert I van Zuylen, Emerentia, volgde haar vader op. Zij trouwde in 1671 met Joost Taets van Amerongen. Tot op hedenis het huis nog steeds in handen van dit geslacht. Gerard Godard Taets van Amerongen liet Natewisch tussen 1721 en 1730 verbouwen en verfraaien.Het huis werd vergroot met drie vleugels met dienstgebouwen en een koetshuis.Ook liet hij debijbehorende geometrische tuin ommuren. In de negentiende eeuw kreeg Natewisch een pleisterlaag en grotere vensters. Vervolgens werd tussen1871 en 1873 het achttiende-eewse deel van het huis gesloopt. De woontoren bleef gespaard doortoedoen van Pieter Hendrik II Taets van Amerongen. Zijn zoon liettussen 1937 en 1938Natewisch grondig restaureren, waarbij de negentiende-eeuwse vensters werden vervangen doorkruiskozijnen, de pleisterlaag deels werd verwijderd en een omloop werd aangebacht rond hetdak.

meer