Bekijken

Zonheuvel werd in 1836 door H.J. van Bennekom, burgemeester van Doorn, gesticht. De buitenplaats besloeg 37 hectare en bevatte een buitenhuis, een tuin, een productiebos, weiland, heide, een boomgaard, een kwekerij en twee daggelderswoningen onder één kap. In 1894 kocht de schrijver J.M.W. van der Poorten Schwartz, beter bekend onder zijn pseudoniem Maarten Maartens, de buitenplaats Zonheuvel. Van der Poorten Schwartz liet tussen 1902 en 1903 een geheel nieuw landhuis optrekken op de buitenplaats. Het reeds bestaande buitenhuisbleef hierbij gespaard en kreeg de naam 'Klein Zonheuvel'. Het ontwerp voor het nieuwe hoofdhuis had Van der Poorten Schwartz zelf bedacht. Bij de uitwerking van zijn plannen liet hij zich bijstaan door de Driebergse bouwkundige Fukkink. Voor het ontwerp had de schrijver waarschijnlijk inspiratie gekregen van Kasteel Zuylestein te Leersum, waar hij van 1895 tot 1899 had gewoond. Het buitenhuis kreeg namelijk net als Zuylestein trapgevels en een forse toren en werd uitgevoerd in neorenaissancestijl. De omvangrijke collectie antiek van Van der Poorten Schwartz kreeg een belangrijke plaats in het ontwerp. Vertrekken werden zodanig vormgegeven dat authentieke interieuronderdelen, zoals een trap, beschilderde behangsels, schouwen en lambrizeringen hierin ingepast konden worden. Aan de achtergevelzijde van het hoofdhuis, die gericht is op de Amersfoortseweg, liet Van der Poorten Schwartz een hertenkamp aanleggen. Aan de voorgevelzijde liet hij een geometrische tuin aanleggen, in de stijl van Le Nôtre. Op de buitenplaats liet de schrijver tevens een poortgebouw, naar eigen ontwerp, oprichten. Van der Poorten Schwartz heeft tot zijn dood in 1915 in het huis gewoond. Na de dood van zijn echtgenote Anna in 1924 gaf hun dochter Ada het buiten de naam Maarten Maartenshuis en bracht zij er een conferentieoord en een centrum voor jeugdwerk in onder. Tevens liet Ada de begane grond in gebruik nemen als museum, gewijd aan haar vader en zijn collectie. Zowel de buitenplaats als de collectie konden behouden blijven, omdat deze werden ondergebracht in een stichting. In 1974 kwam de buitenplaats in handen van een andere stichting, onder de voorwaarde dat deze de buitenplaats en de bijzondere inboedel in stand zou houden.

meer