Bekijken

De Romeinse godenwereld was heel veelzijdig. Iedereen, van welk (onderworpen) volk dan ook, mocht de goden aanbidden die hij wilde. Veel mensen werden aangetrokken tot de manier waarop de Romeinen hun goden en godinnen hadden vormgegeven. Ze namen die vormen over en stelden hun eigen godheden gelijk aan de Romeinse. Beelden en beeldjes van Romeinse goden en godinnen vonden hun weg naar de heiligdommen en huisaltaren van de  inheemse bevolking. Dit beeldje van pijpaarde is een goedkoop massaproduct, dat in Keulen werd gemaakt. Het stelt de godin Venus voor, maar de bezitter kan er een heel andere naam aan hebben gegeven. Het hoofd is eraf en het beeldje zelf komt uit een mal die al vaak was gebruikt, waardoor de vormen erg zijn afgevlakt.  Ook is niet meer te zien, dat Venus’ linkerhand rust op het hoofd van haar zoontje, de liefdesgod Amor.

In de Romeinse tijd had je altijd en overal te maken met hogere machten. Die zorgden voor alles wat er gebeurde in je leven, met wat er goed ging en met wat er fout ging. Ze werden om raad gevraagd en om hulp gesmeekt, of bedankt voor hun gunsten. Dat kon in een grote tempel, maar ook in een klein heiligdom, zelfs in je eigen huis. Alle volkeren in het Romeinse rijk hadden hun eigen goden en godinnen, maar ze namen ook de Romeinse goden over, of stelden hun goden daaraan gelijk. De Romeinen zelf deden hetzelfde en lieten goden uit andere streken toe in hun godenwereld. Zolang je de keizer maar als god erkende, mocht je geloven wat je wilde. Archeologen vinden vaak tekens van het geloof terug in de vorm van amuletten, godenbeeldjes, inscripties en complete altaren.

Liefdesgodin

meer