Bekijken

De inheemse bevolking van Nederland at zijn eigen graan en vlees en bereidde dat eten in zelfgebakken potten. Voor het Romeinse leger werd alles door anderen verbouwd, gemaakt en ingevoerd: graan, vlees, vis, potten, borden, bekers. De soldaten aten voedsel dat hier nog nooit was gezien en geproefd, en gebruikten aardewerk dat in grote pottenbakkerijen in Frankrijk, België en Duitsland `aan de lopende band’ werd vervaardigd.   

Iedere Romeinse soldaat kreeg elke dag een rantsoen van bijna een kilo graan: tarwe of spelt. Samen met de zeven mannen met wie hij een slaapkamer of tent deelde, maalde hij dat zelf tot meel, waarna ze er broden of harde beschuit van bakten. Deze graankorrels zijn bij een brand verkoold en daardoor bewaard gebleven. 

Verkoolde graankorrels

meer