Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

De Romeinse soldaten kregen elke dag een rantsoen wijn, niet van de beste kwaliteit trouwens. Die werd meestal uit Frankrijk en Duitsland aangevoerd in grote tonnen, of uit zuidelijker streken over zee in amforen. Aan tafel werd de wijn geschonken uit kruiken van wit aardewerk.

De inheemse bevolking van Nederland at zijn eigen graan en vlees en bereidde dat eten in zelfgebakken potten. Voor het Romeinse leger werd alles door anderen verbouwd, gemaakt en ingevoerd: graan, vlees, vis, potten, borden, bekers. De soldaten aten voedsel dat hier nog nooit was gezien en geproefd, en gebruikten aardewerk dat in grote pottenbakkerijen in Frankrijk, België en Duitsland `aan de lopende band’ werd vervaardigd.   

Witte wijnkruiken

meer