Bekijken

Het fort van Vechten was niet alleen maar een omwald militair kamp. Het had ook een wijde omgeving, waar een badhuis stond, waar de vrouwen en kinderen van de soldaten woonden, waar ambachtslui, handelaren en boeren voor het leger werkten. En steeds waren de soldaten zelf aan het werk om dat allemaal te onderhouden. Ze bouwden en herstelden de wallen en gebouwen, ze legden wegen aan, groeven grachten, hakten hout en bakten dakpannen en bakstenen.  

Romeinse gebouwen van steen werden verwarmd door middel van open haarden, metalen kachels of vloerverwarmingssystemen. In het laatste geval werd een vuur gestookt in een aparte stookruimte, waarvan de warme lucht naar een ruimte onder een tegelvloer werd geleid. Zo werd de vloer verwarmd. Vaak werden ook buizen van aardewerk in de muren verwerkt, zodat de warme lucht ook daar doorheen trok. Dit is een fragment van zo’n holle buis of tubulus, die uit opgestapelde `dozen’ van gebakken aardewerk bestond. De groeven dienden om de pleisterlaag van de binnenwand beter te laten hechten.

Stuk van centrale verwarming                

meer