Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

Het fort van Vechten was niet alleen maar een omwald militair kamp. Het had ook een wijde omgeving, waar een badhuis stond, waar de vrouwen en kinderen van de soldaten woonden, waar ambachtslui, handelaren en boeren voor het leger werkten. En steeds waren de soldaten zelf aan het werk om dat allemaal te onderhouden. Ze bouwden en herstelden de wallen en gebouwen, ze legden wegen aan, groeven grachten, hakten hout en bakten dakpannen en bakstenen.

Paarden hadden in het Romeinse leger een bijzondere positie. Ze deelden lief en leed met de ruiters en moesten goed worden verzorgd, wilden ze hun taken goed kunnen verrichten. Ze werden nooit opgegeten en soms met eer begraven in de buurt van het fort. Aan de andere kant leidden deze tamelijk kleine paarden een zwaar bestaan, met de geharnaste en bewapende ruiters op hun rug. Deze schedel kan heel goed van zo’n Romeins cavaleriepaard zijn geweest, al kunnen we dat niet zeker weten. 

Paardenschedel

meer