Bekijken

Het model is geïnspireerd op een voorbeeld uit de Bresciaanse school, (G.P. Maggini, Gasparo de Salo e.a. ) wat betreft het model van de romp, de welving van de bladen, de vorm van de f-gaten en van de krul. Het voorblad heeft geen hohlkehle en is uit één stuk vurenhout, de zijwanden zijn van populierenhout, het achterblad is uit één stuk beukenhout. Het instrument is bruin gelakt. De hals en de krul zijn van beukenhout. Tussen hals en toets bevindt zich een niet originele wig van esdoornhout. Op voor- en achterblad bevindt zich gekerfde en geschilderde inleg. De toets en het staartstuk zijn van ebbenhout. Er zijn vier verschillende stemknoppen: twee van ebbenhout en twee van zwartgeverfd mahonie. Drie gaten van de stemknoppen zijn ingevoerd. Herkomst onbekend, vermoedelijk een laat 17e eeuws Duits of Boheems instrument. Binnenin bevindt zich een etiket: Restauriert / Karl Willmes / Steubenstrasse 5 Dortmund. Het instrument is in 1968 gerestaureerd door A. Buth, vioolbouwer te Utrecht. Lengte 67 cm, mensuur 36,8 cm, bovenbreedte 18 cm, middenbreedte 13 cm, onderbreedte 22,5 cm, f-gaten 8,5 cm, diepte 4 cm. Schenking Minnaert 1963.

Altviool naar de Bresciaanse school

Instelling Universiteitsmuseum Utrecht
Deelcollectie geesteswetenschappen, muziekwetenschap
Datering 1680 - 1700
Soort / type altviool, chordofoon
Objectnummer 0285-124066
Materiaal ebbenhout, esdoornhout, mahoniehout
meer