Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

Dit type instrument genoot een grote populariteit in de tweede helft van de 19e eeuw. Het heeft de romp van een luit, maar de hals, het schroefblad en het schroevenmechanisme (stemschroeven met wormwiel mechaniek) zijn hetzelfde als bij een gitaar. Het voorblad is van vurenhout, de achterzijde bestaat uit elf spanen ahornhout gescheiden door donkere aderen en afgewerkt met een sluitband. Het voorblad heeft randinleg van onder meer ebben en palissander en heeft in het klankgat een gesneden rozet met de afbeelding van een lier en bladmotieven. Om het klankgat is randinleg. De hals en de stemkop zijn van palissander. De met paarlemoer ingelegde ebbenhouten toets heeft zeventien metalen fretten. De zes snaren lopen over de ebben kam heen en zijn onderaan bevestigd aan een versierd aluminium staartstuk. Aan weerzijden van de kam is een knop met paarlemoeren inleg (één ontbreekt). De stemming is die van een gitaar. München (Duitsland), begin 20e eeuw. Lengte 93 cm, mensuur 63,5 cm, maximale breedte 32 cm. Schenking Minnaert 1963.

Luitgitaar

Instelling Universiteitsmuseum Utrecht
Deelcollectie geesteswetenschappen, muziekwetenschap
Datering 1900 - 1950
Soort / type chordofoon, luitgitaar
Objectnummer 0285-125503
Materiaal aluminium, hout, metaal, parelmoer
meer