Bekijken

Het instrument bestaat uit twee delen essenhout welke helften worden samengehouden door acht metalen ringen. Om de voegen goed te laten sluiten wordt het instrument vóór de bespeling enige tijd in het water geweekt. De midwinterhoorn heeft een conische boring. Het schuin afgesneden mondstuk is van vlier, waaruit het merg is weggebrand. De midwinterhoorn wordt in de adventstijd bespeeld, veelal boven een put voor versterking van het geluid. Gekocht te Denekamp (Overijssel, Nederland) van expediteur IJland in 1928. Lengte zonder mondstuk 107 cm, diameter beker 11 cm. Schenking Minnaert 1963.

Midwinterhoorn

Instelling Universiteitsmuseum Utrecht
Deelcollectie geesteswetenschappen, muziekwetenschap
Soort / type aërofoon, hoorn
Objectnummer 0285-125698
Materiaal hout, metaal
meer