Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

Otto Heinrichs ontwierp de Baritongeige aan het eind van de 19e eeuw als een soort “schootviool” (Schoss-Geige) en als surrogaat voor de viola da gamba, speciaal voor de uitvoering van barokmuziek. Ter bespeling hield men het instrument tussen de knieën, tijdens de rusten steunde het op een lange pin, die bij dit exemplaar ontbreekt. Er zit nog wel een konisch gat in de knop waar een pin kan worden ingestoken. Het voorblad is van vurenhout, de zijwanden, het achterblad, de hals en de krul zijn van esdoornhout. De schroevenkast is opnieuw gepend. Het instrument heeft een oranjeachtige lak. Het boven- en achterblad hebben randinleg. De toets is van ebbenhout. De kam is van W. van den Linden uit Hilversum. Dit instrument heeft de stemming: C – G – d – a. Binnenin bevindt zich een geschreven etiket: Bariton-geige / Otto Heinrichs Berlin N. Lothringerstrasse (…)Berlijn (Duitsland), eind 19e eeuw. In 1966 aangekocht van Karl Willmes te Dortmund. Lengte 80,6 cm, bovenbreedte 22,5 cm, middenbreedte 16 cm, onderbreedte 27,2 cm, mensuur 45,5 cm, f-gaten 10 cm, diepte 5,5 cm.

Tenoorviool

Instelling Universiteitsmuseum Utrecht
Deelcollectie geesteswetenschappen, muziekwetenschap
Plaats Berlijn
Datering 1875 - 1899
Soort / type chordofoon, tenoorviool, viool
Objectnummer 0285-126677
Materiaal hout
meer