Terug naar Zoekresultaten

Bekijken

Philipp Reiss (1834-1874) uit Friedrichsdorf in Duitsland en de Italiaan Antonio Meucci (1808-1889) zijn de eigenlijke uitvinders van de telefoon. Alexander Graham Bell, die gewoonlijk wordt gezien als de uitvinder en ook het patent verwierf in 1876, heeft zijn vinding gebaseerd op het werk van Reiss en Meucci. Reiss introduceerde het woord telefoon. De telefoon van Reiss bestaat uit een microfoon en een ontvanger. De microfoon bestaat uit een houten kistje met een spreektrechter. In het deksel bevindt zich een gat waarin een messing ring zit waarop een varkensblaas (membraan) is gespannen. In het midden daarvan is een platina plaatje geplakt. Boven dit membraan rust een L-vormige koperen strook, waarvan één been op een pennetje rust, het andere met een punt in een kwikbakje. Het hoekpunt van de strook steunt via een stiftje op het platinaplaatje boven de varkensblaas. Als door geluid dat door de spreektrechter wordt aangevoerd de varkensblaas (membraan) gaat trillen, wisselt de overgangsweerstand tussen het platinaplaatje en het stiftje. Een elektrische stroom die door dit circuit gaat zal dan varieren in het ritme van het geluidssignaal. In de ontvanger (de telefoon) waar de microfoon mee verbonden is wordt deze wisselstroom weer in geluid omgezet. Rechts van het doosje is een seinsleutel gekoppeld aan een elektromagneet, waardoor de microfoon met de ontvanger is verbonden.

Microfoon volgens Reiss

Instelling Universiteitsmuseum Utrecht
Deelcollectie electrotechniek, natuurkunde, natuurwetenschappen
Plaats Duitsland
Datering 1864 - 1864
Soort / type microfoon
Objectnummer E-73
Materiaal glas, hout, metaal
meer