Bekijken

Het tertiënhorloge bestaat uit een cilindrische houten kast met bovenin een uurwerk met een snek, en een zware conische cilinder. De snek zorgt ervoor dat de klok op elk uur het juiste aantal keren slaat. De lengte van de conische cilinder is zodanig dat de omloopstijd 1 decimale seconde is. De klok heeft een decimale tijdsindeling, waarbij de dag uit tien uren bestaat, een uur uit 100 minuten en een minuut uit 100 seconden. Het horloge is ingericht als stopwatch. De grote wijzer geeft het aantal honderdste delen van een seconde aan, de kleine wijzers de minuten en de seconden. Deze 19e eeuwse stopwatch werd gebruikt bij de experimenten van de Utrechtse suikerhandelaar A. van Beek, en de natuurkundige professor G. Moll om de snelheid van het geluid te bepalen. Tussen 23 en 28 juni 1823 werden op de heuvels de Zeven Boompjes in Amersfoort en de Tafelberg (Kooltjesberg) tussen Blaricum en Naarden kanonnen afgeschoten. De tijd die het duurde om het geluid bij de andere heuvel te kunnen horen werd vervolgens gemeten (332,05 meter per seconde). Zie ME-5 en Li-55.

Tertiënhorloge

Instelling Universiteitsmuseum Utrecht
Deelcollectie natuurkunde, natuurwetenschappen
Plaats Duitsland
Datering 1823 - 1823
Soort / type horloge
Objectnummer UM-6608
Materiaal hout, metaal
meer