De Venen

De Ronde Venen heeft het: gezellige zandstrandjes met verlokkelijk zwemwater, schilderachtige kronkelende veenriviertjes, weids polderlandschap, sfeervolle dorpscentra en monumentale boerderijen.

Onder deze regio vallen De Ronde Venen (Vinkeveen, Mijdrecht, Wilnis, Waverveen, excl. Abcoude), Woerden (ten noorden van Oude Rijn: Zegveld, Kamerik) en Kockengen (gem. Stichtse Vecht).

Het Utrechts-Hollands veengebied is het grootste gebied met aaneengesloten veenontginningen van Europa. Tot de middeleeuwse ontginningen was het veengebied ontoegankelijk en vrijwel onbewoond. Na 1300, toen de ontginningen in het gebied voltooid waren, werd er gewerkt aan betere vaarwegen voor de export van kaas, turf en baksteen.

In het gebied de Venen, dat het onderdeel van het veengebied in Utrecht beslaat, werd al vanaf de middeleeuwen turf gewonnen. Toen Amsterdam in de 16de eeuw steeds welvarender werd, groeide de vraag naar turf. Hierdoor zijn veel sloten, legakkers en petgaten ontstaan.

In 1790 werd de overheidsmaatregel genomen dat verveningsvergunningen alleen nog maar verstrekt werden wanneer er ook werd afgesproken dat het gebied later drooggelegd zou worden. Deze maatregel zorgde er voor dat niet het hele gebied onder water kwam te staan. Het gebied van de Ronde Venen bleek echter na de drooglegging ongeschikt voor akkerbouw. Hierdoor trokken veel boeren weg uit de omgeving.

De Kromme Mijdrecht en Vinkeveen werden niet drooggelegd waardoor er tegenwoordig veel natuur en recreatie te vinden is.  Tussen 1957 en 1976 werd hier 40 miljoen kubieke meter zand gewonnen voor bouwprojecten in Amsterdam. 

Bron

Roland Blijdenstijn (2005). Tastbare Tijd, cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht - Provincie Utrecht.