Eemland

Een gebied dat zo open en vrij van bebouwing is als Eemland, zie je maar zelden in de provincie Utrecht.

Onder deze regio vallen Amersfoort (Amersfoort, Hoogland, Hooglanderveen), Bunschoten (Bunschoten, Spakenburg, Eemdijk), Eembrugge (gem. Baarn), Eemnes en Soest (Soest tussen dorp en het oostelijk deel de Eem, exclusief Soesterberg).

Het vrijwel lege polderland is het resultaat van de eeuwenlange strijd tegen het zeewater van de Zuiderzee. De Eem slingert door dit gebied naar het Eemmeer. Regelmatig zijn de dijken van deze rivier doorgebroken. Om aan dit woeste water te ontsnappen, gingen mensen wonen op de hoger gelegen delen zoals Bunschoten en Spakenburg.

Vanaf 1250 tot ver in de zeventiende eeuw is het gebied ontgonnen en bedijkt. Vanuit de hofstede van de bisschop van Utrecht werd dit ontginningsproces bestuurd. Vlak in de buurt ontstond op een doorwaadbare plaats de stad Amersfoort (Amer = rivier de Eem, voorde = doorwaadbare plaats). Na het Mariawonder in 1444 werd Amersfoort een belangrijke pelgrimsplaats. Door de ontginningen werd Eemland beter bewoonbaar en konden de steden Amersfoort, Spakenburg en Bunschoten zich uitbreiden.

Spakenburg heeft vanaf de 15de tot 19de eeuw bekend gestaan als vissersdorp. Het dorp was gelegen aan de Zuiderzee en had in 1886 twee havens en 200 vissersschepen. In 1932 werd de Zuiderzee afgesloten en verloor Spakenburg haar gunstige positie. Tegenwoordig verwijzen nog veel gebouwen, bedrijven en kleding naar het visserijverleden.

In 1348 werd op de oostoever van de Eem Kasteel Ter Eem gebouwd. Dit kasteel was eeuwenlang de belangrijkste bisschoppelijke sterkte in het noorden van het Nedersticht. De plek was in de strijd tussen Holland en Gelre van groot strategisch belang en werd tijdens de strijd tegen de Spanjaarden in 1624 versterkt.

Bron

Roland Blijdenstijn (2005). Tastbare Tijd, cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht - Provincie Utrecht.