Lopikerwaard

"Het leven in deze besloten eenzaamheid is van ijzig-kalme maatgang. De boeren en de daggelders, die daar wonen onder de wijde koepel, zien aan de randen van hun weelderig land de silhouetten van Oudewater, Haastrecht, Stolwijk en Schoonhoven."

Passage uit: Heilig Pietje de Booy, Herman de Man (1940)

Onder deze regio vallenĀ Lopik (Lopik, Lopikerkapel, Benschop, Jaarsveld, Polsbroek, Polsbroekerdam, Cabauw, Uitweg, Willige Langerak), Ijsselstein, Montfoort (ten zuiden van N228, Willeskop) en Oudewater (ten zuiden van N228, Hoenkoop, Willeskop).

Tussen de Hollandse IJssel en de Lek heeft tot de middeleeuwen een groot moerasgebied gelegen. Vanaf de tweede helft van de 11de eeuw werd dit moeras ontgonnen en ontstond de polder Lopikerwaard: een gebied met veel boerderijlinten, afgewisseld met een open cope-landschap.

Aangezien er sindsdien haast niets is veranderd in de Lopikerwaard, zijn de middeleeuwse structuren nog steeds goed zichtbaar. Vanaf de 15de eeuw werden verschillende eendenkooien aangelegd om eenden te kunnen vangen. Dit leverde samen met de veeteelt goede inkomsten op voor de Lopikerwaard. Ook werd er veel hennep geteeld waarvan touw gemaakt werd. Deze industrie bereikte in de 17de eeuw haar hoogtepunt.

De Kromme Rijn raakte in de loop van de 12de eeuw verzand en was niet meer geschikt voor de scheepvaart. Nadat de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede werd afgedamd, bepaalde keizer Hendrik V dat er een nieuw kanaal van Utrecht naar de Rijn moest worden gegraven: de Vaartsche Rijn.

In de historische stad Vianen werden in de Gouden Eeuw verschillende buitenplaatsen gebouwd. In 1658 kwam er een trekschuitverbinding tussen Vianen en Gorinchem tot stand. In de 20e eeuw is de stad explosief gegroeid.

Bron

Roland Blijdenstijn (2005). Tastbare Tijd, cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht - Provincie Utrecht.