Verhaal

Voor de komst van straatwegen waren er al postkoetsen. Ze reden vooral daar waar geen trekschuiten konden varen, dus over de zandgronden. En op trajecten waar behoefte was aan snelheid. De gemiddelde snelheid van de postkoets was maar 10 km per uur bij gunstige omstandigheden. Zand- en kleiwegen vormden het parcours en in een groot deel van het jaar waren deze vaak in slechte staat. Postkoetsen reden vaak met drie of vier paarden over deze wegen. In de loop van de tijd verbeterde het comfort van de postkoetsen, geveerde postkoetsen werden ‘diligences’ genoemd.

Auteur: Jaap Groeneveld

Een belangrijke verbinding met het buitenland vormde bijvoorbeeld de legendarische Hamburger Post van Heshuysen & Cie, die al in 1609 bestond en die sinds 1664 een verbinding onderhield tussen Naarden en Osnabrück (Duitsland), via Amersfoort, Deventer en Bentheim. Hij volgde de ‘heerwegen’ over de Gooise heiden tussen Laren en Hilversum en over De Vuursche en door Soestdijk. Naast reizigers vervoerde de wagen ook brieven, geld en kostbaarheden. Er is een dienstregeling bewaard uit de tweede helft van de 19e eeuw. De daarin genoemde Myl (mijl) komt overeen met circa 10 km en de gemiddelde snelheid was over de zandwegen maar ca. 5 km per uur.

Sluiproutes om tol te vermijden

Met de komst van de straatwegen veranderde er een en ander. Op deze verbinding was van belang dat een aantal buitenplaatseigenaren in Baarn het initiatief namen tot de aanleg van de staatweg van Naarden op Amersfoort. Bij koninklijk besluit in 1816 werd de weg aangelegd, op een paar uitzonderingen na, over daartoe verbrede bestaande wegen. Druk vanuit Laren (NH) en Eemnes, maakte dat de route door Eemnes kwam, over de Wakkerendijk. Hij werd op 1 augustus 1816 gerealiseerd en er werd vanaf dat moment op vijf plaatsen tol geheven. Al snel werd ook de domeintol bij Soestdijk als zesde toegevoegd. De vervoerders waren niet blij met deze tollen en ze gaven de voorkeur aan de zandwegen. Echter, de stad Amsterdam dreigde hun vergunning in te trekken, als zij niet over de snellere straatweg reden. Sluiproutes werden geblokkeerd.

Drie postkoetsdiensten

Inmiddels was het verkeer in de voorgaande eeuwen wel toegenomen. Er reden, afgezien van kleinere diensten, drie belangrijke postkoetsdiensten voor de langere afstand op het traject Amsterdam-Amersfoort. Het ging om de ‘Arnhemse wagen’ van Bouricius (3x per week), de ‘Deventer wagen’ (2x per week met extra diensten) en de ‘Hamburger wagen’ (idem). Zij rekenden op jaarbasis de tol af, wat bekend is van augustus 1819 tot en met juli 1820.

Stoombootdiensten en de trein

Als eerste sneuvelde de Hamburger Post in 1831, want er voer sinds 1825 een stoombootdienst tussen Amsterdam en Hamburg. De realisatie van de Rhijnspoorweg (Amsterdam-Utrecht-Arnhem) in 1845 maakte dat Van Gend & Loos stopte met de dienst op Arnhem omstreeks 1857. Een onduidelijk lot is de Deventer wagen beschoren, maar het was qua reistijd al veel aantrekkelijker om de trein naar Arnhem te nemen en dan nog een stuk met de wagen naar Deventer te rijden. In 1874 werden direct met de komst van de Oosterspoorweg (Amsterdam-Amersfoort) de wagendiensten van Floor & Co. en die van Verwoerd via de straatweg tussen die plaatsen gestaakt.

Dit verhaal is onderdeel van de serie Als je niet reist, kom je nergens. Daarin gaan we door verhalen onderweg in de provincie Utrecht. Op welke manier reisde men in de afgelopen eeuwen in en door de provincie Utrecht? Wie trokken er rond er en wat heeft al die beweging gedaan met het Utrechtse landschap? Het komt allemaal aan bod.

Meer lezen

- Groeneveld, J., ‘Vervoerstechnologie en verkeersontwikkelingen’, deel 2 van ‘Infrastructuur en ontwikkeling van Eemnes 1815-1940’. 

meer
meer