Verhaal

Op de website van de nieuwe bibliotheek op de Neude staat groot “Van boek tot film en van lezing tot event”. “Kom relaxen, ontmoeten, studeren.” Het is mooi om te zien dat de bibliotheek nog dezelfde idealen heeft als bij de oprichting meer dan 125 jaar geleden, toen het doel ook al was de Utrechters een plek te bieden waar “eenieder vrij zou kunnen binnenkomen en vinden de kennis en de wijsheid die hij zoekt of behoeft”. Maar natuurlijk is niet alles hetzelfde gebleven.

Auteur: IJbeling Hartog, Schrijfteam UtrechtAltijd.nl

Op vrijdag 8 januari 1892 werd ‘s middags om half drie de Openbare Leeszaal geopend in het pand Het Zeepaard in de Loeff Berchmakerstraat, vlakbij de Neude. In 1891 was een Commissie tot Oprichting ener Volksleeszaal in het leven geroepen. Een Utrechts zakenman, eigenaar van een steenkolengroothandel en maatschappelijk erg actief, was commissielid. Omdat de gemeente geen zaal beschikbaar had, kocht deze zakenman het voormalig logement “Het Zeepaard”. Het leverde hem een portret op dat nu in de Centrale Bibliotheek hangt: de man met de bakkebaarden, Hein van Beuningen. Utrecht had hiermee de eerste Volksleeszaal van Nederland*.

Maar waarom?

Een ander lid van de eerdergenoemde commissie was professor Molengraaff, ook lid van de Volksbond tegen drankmisbruik. Hij vond de oprichting van een Volksleeszaal een goede manier om de werkman uit de kroeg te houden. Bovendien wilden de oprichters “de gewone man” meer ontwikkeling bijbrengen. Hiervoor lagen naast lectuur ook altijd pen, inkt en papier klaar, zodat de arbeider met behulp van voorbeeldbrieven zijn eigen brieven kon schrijven.

Om de arbeiders naar de leeszaal te krijgen werden er affiches in de fabrieken opgehangen: “Toont (…) dat ge ook bezit een geest, die werkzaam is, die wil kennen en begrijpen hetgeen rondom U is en gebeurt.” Ondanks deze aansprekende tekst hielpen deze affiches niet echt.

Niet voor vrouwen

Alleen mannen waren welkom: artikel 1 van het regelement van de leeszaal luidt: “De Leeszaal wordt kosteloos opengesteld uitsluitend voor mannen (….)”. Dit verbod werd al in 1892 geschrapt, maar het bleven voorlopig alleen mannen die kwamen.  

Wat kon je er doen?

In het begin kon je nog geen boeken lenen. Daarom werd de Leeszaal voor de werkman gezellig gemaakt: hij kon zijn pijpje roken, pruimen, mocht zijn pet op de tafel leggen, en mocht iets drinken en eten. Tot 1895 mocht hij ook dammen, maar dit werd “wegens het gedruis” verboden.  Dit alles bij een warme kachel en ’s avonds bij voldoende licht. Tegen betaling kon men later ook lezingen – toegelicht met plaatjes van een toverlantaarn en concerten bijwonen.

Om al deze gezelligheid in goede banen te leiden, werden er bewakers (“custos”) aangesteld. Bij voorkeur een oud-politieman of -militair, die de orde konden handhaven. In de begintijd waren goede custos moeilijk te vinden: de eerste drie werden ontslagen omdat ze niet van de drank konden afblijven.

En het werd een echte bibliotheek

Al in 1898 werd de Leeszaal aanzienlijk vergroot en in 1909 werden er ook – tegen betaling- boeken uitgeleend. Het was een echte bibliotheek en voor iedereen. In 1913 verhuisde de bibliotheek naar de Voetiusstaat 2, een nieuw gebouw.  Het werd een stuk minder gezellig: er hing een groot regelement aan de muur. Je mocht niet praten, roken en zelfs niet je pet op de tafel voor je leggen!  De bibliotheek bleef groeien, er kwam een kinderleeszaal bij en ook dit pand werd te klein. In 1985 werd het pand Oudegracht 167 in gebruik genomen. En in 2020 op de Neude.

Bronnen en meer lezen

- A van Hulzen. Echt Utrechts. Het alledaags bestaan in de Domstad tijdens de laatste twee eeuwen. Utrecht, Bijleveld, 1998

in 1899 opende Dordrecht de eerste bibliotheek die boeken uitleende

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer