Niet geschikt voor onderdanigheid

Bankiers uit Lombardije in het ‘Lombaardenhuis’ in Utrecht

5 min

Banken zoals wij die kennen, ontstonden in de Middeleeuwen. Bankiers uit Noord-Italië, uit de regio Lombardije, vestigden zich in de steden van West-Europa. Zij leenden geld uit tegen rente en vaak met een onderpand van de lener. En ze zorgden ook voor het transport van geld, via wisselbrieven. In Utrecht was vanaf 1260 zo’n ‘Lombaardenhuis’. Het bankierswezen was een familiebedrijf en veel bankiers stamden nog af van families uit Lombardije. Onder wie Johanna del Corne, bankhouder in Utrecht.

Johanna del Corne was de dochter van de Vlissingse bankhouder Matheus del Corne. Zij trouwde in 1613 met de Utrechtse bankhouder Daniel de Milan. Samen kregen zij zes kinderen, waarvan er drie jong stierven. In 1635 stierf Daniel de Milan. Johanna ging niet bij de pakken neerzitten, zij zette de bank voort met de zakenpartner van haar man. Op 4 december 1643 erkende het stadsbestuur van Utrecht Johanna en haar zakenpartner Paulo Emilio de Fareris als bankhouders van Utrecht.

Het Pandhuis

Johanna’s bank was gevestigd in het pand Zwaansteeg 11. Dat is lang bekend geweest als het ‘Pandhuis’ omdat het vroeger heel gebruikelijk was om een onderpand zoals sieraden of kleding in te brengen in ruil voor een lening. Als het onderpand niet ingelost werd of de rente niet betaald kon worden, mocht de bankhouder het verkopen. Johanna woonde daar niet, zij had een heel gerieflijke woning bij de Wittevrouwenbrug, het huis Plompetorengracht 1-3.

Bankiers en zonen

Dochter Clara trouwde op 18 april 1636 met de advocaat Jan Baptista Brias. Zij stierf nog geen jaar later, waarschijnlijk bij de geboorte van een kind. Dochter Agnes trouwde op 26 december 1636 met de advocaat Justus Kriex, de zoon van de bankhouder van Sneek. Beide schoonzoons assisteerden Johanna bij haar werkzaamheden en bij het beheer van haar goederen. Zo verkocht Jan Baptista Brias het huis in Zierikzee dat Johanna van haar zus Blanche had geërfd en inde hij een uitstaande schuld bij de bankhouder van Zaltbommel.

Vanuit de protestantse kerk was veel kritiek op bankhouders vanwege de rente die betaald moest worden voor de leningen die zij gaven. Dat was niet volgens Bijbelse normen.

Controverses

In deze tijd was er vanuit de protestantse kerk veel kritiek op bankhouders vanwege de rente die betaald moest worden voor de leningen die zij gaven. Dat was niet volgens Bijbelse normen en bankhouders werden soms uitgesloten van het avondmaal. De Utrechtse hoogleraar Voetius wilde niet dat Johanna’s schoonzoon Justus Kriex promoveerde aan de universiteit omdat hij tot een bankiersfamilie behoorde. In 1658 verscheen een anoniem pamflet tegen de bankhouders, ‘Res Judicanda Judicata’, dat zo venijnig was, dat Johanna probeerde de auteur op te sporen en voor het gerecht te brengen. Uiteindelijk bemoeiden de stadsbesturen zich met de kwestie en de bankhouders kregen gelijk. De rentetarieven waren immers vastgesteld door de stadsbesturen en de stadsbesturen kregen geld van de verpachting van de bank.

Milan Visconti

Johanna stierf in 1674. Haar zoon Johannes en haar dochter Agnes hadden toen de bank al overgenomen. Johannes was in 1649 getrouwd met Alexandra Kriex, een nichtje van Justus. Johannes claimde een afstamming te zijn van de Visconti-familie uit Milaan en noemde zich ‘de Milan Visconti’. Zijn zoon Daniël kocht onder andere de ridderhofstede Nijevelt in Leidsche Rijn. Hier is nog steeds een Milan Viscontilaan.

Geschreven door Nettie Stoppelenburg Vakspecialist bij Het Utrechts Archief, historica en schrijver.

Bron

Van de Vrugt, M. (1996) ‘Johanna de Milan-del Corne (?-1674), bankier of woekeraar’, in: Utrechtse biografieën: levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Utrechters, 3, p. 131-135.

Aanvullende informatie