Utrechters in oorlog en vrede

Bunschoten: eens een stad, altijd een stad?

5 min

Wie de plattegrond van Bunschoten bekijkt, zal daarin een ovalen vorm herkennen. Een deel daarvan draagt de naam Stadsgracht. Stádsgracht?? Die naam zou je niet verwachten in een plattelandsgemeente. Maar niets is minder waar: Bunschoten is een stad. Waarom kreeg Bunschoten eigenlijk stadsrechten? En waarom groeide het niet uit tot een grote stad?

De strategische ligging van verschillende plaatsen in Eemland was aanleiding om aan Eembrugge, Baarn, Eemnes-buiten en Bunschoten stadsrechten te geven. De bisschop van Utrecht was de landsheer en hij verleende de stadsrechten. Dat gebeurde ergens tussen de jaren 1336 en 1355. Zijn macht strekte zich uit over het Nedersticht (Utrecht) en het Oversticht (Overijssel en Drenthe). Die twee gebieden grensden niet aan elkaar en vanwege conflicten met de hertog van Gelre (Gelderland) kon de bisschop over land niet van het ene gebied naar het andere reizen. Wel was via de Zuiderzee een vrije doorgang mogelijk. Eemland was het enige stukje van Utrecht dat aan de Zuiderzee grensde en de bisschop probeerde de bevolking aan zich te binden door plaatsen in dat gebied stadsrechten te geven. Dat betekende dat de inwoners een stadsmuur of -wal mochten bouwen om zich te verdedigen. Ook met Holland waren er grensconflicten. Als tegenprestatie voor het stadsrecht kreeg de bisschop de steun van de stad.

Een verkeerde gok

Zodra Bunschoten stadsrechten kreeg, beveiligden de inwoners zich door het aanleggen van Burgwallen en een ‘stat grafte’ (stadsgracht). De wal werd ruim om de bestaande bebouwing aangebracht, zodat de stad daarbinnen nog kon groeien. Aan deze plannen voor de uitbreiding van de stad kwam een einde toen de Bunschoters in de jaren 1420 betrokken raakten bij een oorlog tussen de bisschop van Utrecht en Philips de Goede, hertog van Bourgondië, die zijn rijk tot Holland had uitgebreid. Bunschoten koos de zijde van de hertog en verzuimde enkele jaren om belasting af te dragen aan de bisschop. Nadat de hertog en de bisschop vrede sloten, was Bunschoten de verliezende derde.

Bunschoten verwoest

In 1428 of 1430 werd Bunschoten door de Utrechters ‘omdat het de Hollanders ingelaten en geholpen hadt, tot den gront toe afgebroken’. Bunschoten bleef in de eeuwen daarna niet meer dan een plaatsje op het platteland. Het bijzondere bleef wel het niet voltooide middeleeuwse uitbreidingsplan. Een uitbreidingsplan met de karakteristieke burgwalletjes die tot 1950 in het verder zo strakke Eemlandse landschap bleven liggen. In dat jaar vond in het gebied een ruilverkaveling plaats en daarbij verdwenen de burgwalletjes. Kort daarop werd duidelijk wat er verloren was gegaan en werd het gebied in 1967 als archeologisch monument aangewezen. Jammer genoeg was dat voor het middeleeuwse stratenplan te laat, maar de restanten zijn nog altijd in het gebied te herkennen. Deze tastbare sporen blijven eraan herinneren dat Bunschoten eens een stad was.

Geschreven door Arie ter Beek Museum Spakenburg

Aanvullende informatie