Verhaal

Je bent 25 jaar, smoorverliefd en zwanger van je vriend. Samenwonen is verboden en trouwen kan niet zomaar, want je leeft in de achttiende eeuw. Wat doe je dan? Zo pakte Lucretia van Oostveen het aan.

Auteur: Nettie Stoppelenburg, Het Utrechts Archief

Lucretia van Oostveen is de dochter van timmerman, houtkoopman en architect Anthoni van Oostveen en van Sara Tos. Anthoni heeft in 1712 het houten theater gebouwd waarin tijdens de onderhandelingen voor de Vrede van Utrecht opera’s en toneelstukken te zien zijn. Het gezin woont dan aan de Kromme Nieuwegracht. In 1725, als Lucretia 11 jaar oud is, verhuizen ze naar een woning buiten de Bemuurde Weerd. Daar is meer ruimte voor houtopslag en voor de werkplaats. Anthoni overlijdt al in 1729 en Sara moet nu in haar eentje zowel het gezin met zeven kinderen grootbrengen als de zaak beheren.

Daar is de suikerbakker

In 1738 ontmoet Lucretia de suikerbakker Jacob Arents. De twee worden smoorverliefd. Moeder Sara Tos vindt het prima, maar de vader van Jacob Arents niet. Hij is katholiek en hij wil dat zijn Jacob een katholieke vrouw zoekt. Lucretia en Jacob zijn nog geen 25 jaar oud, zo maar trouwen kunnen ze niet. Daarvoor hebben ze toestemming van hun ouders nodig. Maar de tijd dringt, want Lucretia is zwanger. Het jonge stel besluit om naar Gouda te gaan en daar te trouwen. Mogelijk omdat dit net buiten de provincie ligt en niet te klein is, zodat ze niet zo erg zullen opvallen.

Niet opvallen

Samen met een zus van Lucretia en een vriend van Jacob stappen ze in de trekschuit naar Leiden. In Bodegraven stappen ze over op de schuit naar Gouda. In de buurt van Gouda eten ze wat in een herberg. Ze nemen de herbergier in vertrouwen en hij geeft ze een tip: ze moeten maar naar dominee Van Heuven gaan, die is al wat ouder en kijkt niet zo precies. Dat lukt. Het huwelijk wordt afgekondigd in de Sint Janskerk in Gouda. Er zijn dan twee weken waarin bezwaar gemaakt kan worden tegen een huwelijk, maar in Gouda kent niemand kent Lucretia en Jacob, dus maakt geen mens bezwaar. Twee weken later komen Lucretia en Jacob terug om te trouwen.

Voor het gerecht!

Als Lucretia in januari 1739 haar zoontje in Utrecht wil laten dopen, slaat de kerkenraad alarm. De vader van Jacob heeft geen toestemming gegeven en het huwelijk is dus clandestien. Dat is een zaak voor het gerecht! Alle getuigen worden gehoord. Lucretia en Jacob moeten voor het gerecht verschijnen. Als de deurwaarder bij de familie Van Oostveen aanklopt, zegt zus Clasina dat Lucretia ziek op bed ligt. De vader van Jacob zegt dat zijn zoon de stad uit is. Zo gaat het twee maanden door. Dan doet het gerecht uitspraak zonder hen. Ze verklaren het huwelijk nietig, de baby buitenechtelijk en veroordelen Lucretia en Jacob tot een lijfstraf.

De groeten

Maar zover komt het niet. Lucretia en Jacob zijn er allang vandoor. Een oudere broer van Lucretia is molenaar op de houtzaagmolen ‘De Juffer’ in Amsterdam, net buiten de Utrechtse poort. Daar vinden Jacob en Lucretia onderdak. In 1743 laten zij in de Westerkerk hun dochtertje Sara Maria dopen en drie jaar later in de Amstelkerk een tweede zoontje, Johannes Gerardus. Zo heeft de love-story van Lucretia toch nog een happy ending

Dit verhaal hoort bij het thema ‘Niet geschikt voor onderdanigheid’ waarin je moedige, onbaatzuchtige en tot voor kort onbekende vrouwen uit de Utrechtse geschiedenis ontmoet.

Bronnen

- Het Utrechts Archief, toegang 702, inv.nr. 2204.

 

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer