Romeinen

Castellum Traiectum: een Romeinse legerbasis in het hart van de Domstad

6 min

Pal onder het huidige Domplein in Utrecht liggen de oudste wortels van de stad: hier was in de Romeinse tijd een castellum (fort), dat plaats bood aan ca 500 soldaten. Nu resten er nog slechts fragmenten van de omringende muren in de kelders van enkele gebouwen aan het Domplein. De Latijnse naam van het fort, Traiectum, betekent ‘doorwaadbare plaats’ (in een rivier) of ‘overgang’. De naam komt voor het eerst voor in het Itinerarium Antonini, een Romeins reisboek dat is overgeleverd in middeleeuwse kopieën.

Onder het Domplein ligt het Romeinse castellum Traiectum. De bouw van het castellum is in vijf fases te onderscheiden waarvan het vroege fort (rond 50 na Chr.) voornamelijk uit houtbouw bestond en de laatste fase uit steenbouw (na ca 200 na Chr.). Bij graafwerkzaamheden ten tijde van de renovatie van de Domkerk en Domtoren in 1927 werden Romeinse resten ontdekt. Deze resten waren in 1929 voor de archeoloog Albert van Giffen de aanleiding voor archeologisch onderzoek, dat voortduurde tot 1949. In deze periode werden delen van het Romeinse castellum ontdekt en werden Romeinse voorwerpen gevonden uit de 1ste tot 3de eeuw. Ook werden er Karolingische en vroeg-romaanse resten aangetroffen, evenals resten van het keizerlijk paleis Lofen. Daarnaast konden de datering en contouren van de houten en stenen castella grotendeels worden vastgesteld.

Wanneer je onder het Domplein op zoek gaat naar de Romeinse resten is de brandlaag tussen de verschillende tijdlagen niet te missen.

Wanneer je onder het Domplein op zoek gaat naar de Romeinse resten is de brandlaag tussen de verschillende tijdlagen niet te missen. Tijdens de Bataafse Opstand in 69-70 onder leiding van de Gaius Julius Civilis werden de meeste Romeinse forten en nederzettingen langs de Limes in de as gelegd. Na de Bataafse Opstand werd de Noordelijke Limes hersteld en werd Traiectum weer herbouwd. Rond het jaar 200 werd het fort geheel vernieuwd en werd de hout-aarde-wal van het fort met steen versterkt en werd het oppervlakte vergroot naar 124 bij 152 meter. Hiervoor werd bouwmateriaal via de Rijn uit Duitsland aangevoerd, waaronder tufsteen uit het Eifelgebied.

Het vroege castellum had een met aarde en hout uitgevoerde verdedigingswal met torens en twee droge grachten. Uiteindelijk zou deze ommuring in steen uitgevoerd worden. In het fort liepen twee hoofdwegen: de via principales (Oost-West) en de via praetoria (Noord-Zuid). De wegen waren bij de toegang voorzien van poorttorens. Binnen het fort waren verscheidene kazernebarakken, bestaande uit houten palen en met leem bestreken vlechtwanden. In het midden van het fort waar de twee hoofdwegen bij elkaar kwamen stond de principia, het hoofdgebouw. Dit was het administratieve, religieuze en belangrijkste gebouw van elk Romeins fort.

Leger en bevolking

Tussen 88/89 en ca 270 was in het fort een legereenheid ter grootte van een cohort  gestationeerd. Via stempels in dakpannen is bekend dat dit het cohors II Hispanorum peditata was. Dit waren infanteriehulpsoldaten afkomstig uit het huidige Spanje. Het cohort droeg de eretitel pia fidelis (‘trouw gebleven’), als teken van hun uitzonderlijke loyaliteit aan de Romeinse keizer. Hierbij moet je een constante sterkte voorstellen van ca 500 man. Buiten het fort, direct ten oosten (ter hoogte van de latere Pieterskerk, vanaf 50 na Chr.) en ten westen (ter hoogte van de latere Buurkerk, vanaf ca 70 na Chr.) lagen de zogenoemde vici, nederzettingen met een niet-militaire bevolking. Hier vestigden zich handelaren, lokale bevolking, ambachtslieden en de vriendinnen/vrouwen en kinderen van soldaten. Beide nederzettingen werden verlaten rond 270 na Chr. toen de Romeinen uit onze contreien wegtrokken.

Buiten het fort, direct ten oosten (bij de latere Pieterskerk) en ten westen (bij de latere Buurkerk) lagen de zogenoemde vici, nederzettingen met een niet-militaire bevolking.

Wat er daarna gebeurde met de verschillende forten en nederzettingen langs de Rijn blijft tot op de dag van vandaag onduidelijk. Bleef het fort bewoond en door wie? Het meest waarschijnlijk is dat de Germaanse Franken hun intrede deden in het Rijngebied en door de eeuwen heen hun macht vergrootten over het Nederlandse gebied. In elk geval staat vast dat Traiectum in de loop van de 7e eeuw de basis zou vormen van de bekering van de Friezen door personen als Willibrord en Bonifatius.

Bekijk ook de Canon van de stad Utrecht voor meer informatie over dit onderwerp en andere hoogtepunten uit de geschiedenis van de stad.