Verhaal

Op 29 maart 1673 werd Isabella Clara Geelvinck voor de Utrechtse rechtbank geleid om haar vonnis aan te horen. Zonder dat er marteling aan te pas hoefde te komen had ze haar laatste én grootste misdrijf bekend. Maar gedurende het onderzoek werd een ongebruikelijke ontdekking gedaan en kon Isabella ook in verband worden gebracht met een misdrijf van een paar jaar eerder. Toen vond in een herberg binnen de stad een diefstal plaats. Van de dader had men geen enkel spoor kunnen vinden. Men was namelijk op zoek naar een man.

Auteur: Michiel Zupec, Schrijfteam UtrechtAltijd.nl

Isabella werd 36 jaar eerder geboren in Duitsland. Op jonge leeftijd verliet ze het ouderlijk huis in mannenkleren om te dienen in het leger. Nadat ze in dienst als ruiter en kok had gewerkt, trok ze naar Nederland.  Hier aangekomen vond ze, nog steeds in de gedaante van haar mannelijk alter ego, op verschillende plekken werk als knecht. Zeg maar de personal assistant van de 17de eeuw. Haar laatste betrekking was bij een heer in de omgeving van Amersfoort. Tijdens een tripje naar Utrecht, reisde Isabella mee als zijn knecht en werd ondergebracht in een van de herbergen van de stad. Het was hier dat ze haar eerste slag sloeg. Ze vertrok met de noorderzon uit de herberg. De buit: een lading zilver en linnengoed.

Veeg uit de pan

Nadat ze haar gedaante had veranderd, en nu als vrouw verder door het leven ging, lukte het haar om een betrekking als dienstmeid te krijgen bij een welgestelde vrouw in Utrecht. Op deze nieuwe werkplek stal ze meerdere keren geld uit een bureau. Toen ze op dit feit werd betrapt werd ze wél ontslagen, maar hoefde niet meteen te vertrekken. Of zoals het rechtbankverslag ons laat weten: ‘modelinghe bestraft ende om ter vervaertijt te vertrecken gelicentieert sijnde haer quaet comportement hadde behoren te beteren’. Lees: ze kreeg een flinke veeg uit de pan, mocht blijven tot het einde van haar contract en kreeg zo de kans om haar leven te beteren. Op verlenging hoefde ze waarschijnlijk niet te rekenen. Een nogal milde straf wanneer men bedenkt dat zelfs vandaag dag diefstal één van de weinige gronden is voor ontslag op staande voet.

Naar boven met een hakmes

Dat ze geenszins van plan was om haar leven te beteren blijkt wel uit het vervolg van haar verhaal. Op 23 maart 1673 gaat ze in het huis van haar werkgever naar boven met een hakmes. Daarmee breekt ze een kist open in een van de personeelsvertrekken en steelt opnieuw geld. Om haar misdrijf te verdoezelen brengt ze een gloeiend kooltje naar boven op een nat stuk papier. Met het stro uit twee bedstedes zet ze niet alleen de opengebroken kist maar de hele kamer in lichterlaaie. Vervolgens gaat ze naar beneden en doet alsof haar neus bloedt, terwijl boven de vlammen om zich heen grijpen.

Quade gevolge

De nadruk in de tekst van het vonnis ligt op het ‘groot onheijl’ en de ‘quade gevolge’ die brandstichting teweeg kon brengen. Dit is een tijd van open vuren, houten huizen maar zonder professionele brandweer, stromend water en blusapparatuur. Dit verklaart waarom de straf heftig was, zelfs voor 17de eeuwse begrippen.

Ze werd in het openbaar gewurgd, en daarna verbrand. Levend verbranden was namelijk voorbehouden aan nóg ernstiger gevallen. Haar lichaam werd aan een paal tentoongesteld bij de Engelenburgh, een plek aan de Vaartsche Rijn waar men de passanten die de stad binnenkwamen, wilde afschrikken en waarschuwen om zich te gedragen.

Bronnen

- Criminele sententiën, map 1670-1684 (Utrecht maart 29, 1673), collectie Het Utrechts Archief (blad 2, 3 en 4). 

- Dekker, R., & Pol, van de, L. (1989). Vrouwen in mannenkleren, de geschiedenis van de vrouwelijke travestie. Amsterdam: Maarten muninga, Wereldbibliotheek.

 

Op de kaart

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer