Het verhaal van Utrecht

De bouw van Overvecht

5min

In 1950 was het nog weiland met een aantal boerderijen en een watertoren maar in 1970 is het een geheel nieuwe wijk in het noorden van Utrecht. De naam is simpel gehouden: Overvecht, het gebied aan de andere kant van de Vecht. Tussen 1961 en 1966 werd hier een hele nieuwe wijk uit de grond gestampt.

Door de sterke bevolkingsgroei was Utrecht al voor de Tweede Wereldoorlog binnen de gemeentegrenzen volgebouwd. Met de enorme geboortegolf na de oorlog nam de woningnood sterk toe, zodat Utrecht wel moest uitbreiden. Zo was er in het Utrechts Nieuwsblad van 30 november 1960 te lezen: “De tentakels van de groeiende poliep, die Utrecht heet, worden steeds meer en steeds groter”. De bouw van de wijken Kanaleneiland, Hoograven en Overvecht was bedoeld om deze woningnood op te lossen. Utrecht had 250.000 inwoners in 1960, de verwachting was een bevolkingsgroei tot meer dan 300.000 mensen. De nieuwe wijken moesten woningen voor 90.000 mensen opleveren.

De vroegste geschiedenis van Overvecht

Eerst was er alleen een uitgestrekt veengebied. Na 1125 werd dit ontgonnen en geschikt gemaakt voor landbouw. Zo ontstonden de polders Rozendaal en de Zes- en de Twaalfhoevensche polder. Het gebied was vooral geschikt als weidegebied en voor fruit- en groenteteelt. Later, vanaf de 17e eeuw, waren er in het gebied ook buitenplaatsen zoals Roosendaal, Ravensburg, Zorgvliet en Schulpwijk. Het waren verbouwde boerderijen of nieuwe huizen met grote parken. Hier werd gewandeld, gespeeld, gejaagd en gefeest door rijke Amsterdamse en Utrechtse families. De Overvechtse lusthoven zijn allemaal verdwenen, alleen een toegangshek en theekoepel van het buiten Roosendaal is nog over.

De voorbereiding van de bouw

De eerste plannen voor nieuwe wijk werden in 1951 gemaakt, toen de Kringenwet werd opgeheven en er in de buurt van forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie gebouwd mocht worden. In het Structuurplan van 1954, een toekomstplan voor heel Utrecht, werden de plannen uitgewerkt. De bouw van Overvecht kon beginnen. 

De grond was niet geschikt om huizen op te bouwen, dus het hele gebied moest worden afgegraven en worden opgespoten met zand. Het zand werd uit Maarseveen via buizen naar Overvecht gezogen. Hierdoor ontstonden twee plassen: De Maarseveense plassen. De grootste plas werd een recreatiegebied, de kleinste een natuurgebied. 

Voor de straatnamen werd een prijsvraag uitgeschreven, waar het idee vandaan kwam om alle straatnamen herkenbaar en uniek te maken door ze laten eindigen op ‘dreef’.

Het groene plan

Overvecht werd een grote zandvlakte. Bij het ontwerp hoefde er geen rekening te worden gehouden met oude sloten, dijken of bomen. De wijk werd opgezet als een aantal vierkanten (carrés of buurten). De bedoeling was om deze buurten te scheiden door groene linten, maar dit is niet overal gelukt. De opzet was ‘groen in het groot’: niet direct in de straten maar wel altijd dichtbij, maximaal 150 meter van een bewoner.

Doorzonwoningen

Behalve veel groen moest het een wijk worden met zoveel mogelijk licht, lucht en ruimte. Alles wat de huizen in de binnenstad niet hadden. De huizen werden zo geplaatst, dat er zoveel mogelijk zonlicht binnen kon komen: de doorzonkamers. De huizen werden voorzien van allerlei nieuwe gemakken zoals centrale verwarming, douches en moderne keukens.

Voor veel mensen, die uit huizen uit de oudere wijken kwamen, waren het luxe woningen. Er werd alleen nog geen rekening gehouden met de snelle opkomst van de tv, zoals later te zien was aan de vele (schotel)antennes.

De wijkgedachte

Overvecht wordt vaak gezien als een echte flatwijk, maar een kwart van de huizen waren eengezinswoningen, meer dan in Kanaleneiland. Er werd gebouwd vanuit de zgn wijkgedachte: alle voorzieningen vlakbij, een scheiding tussen wonen en werken en afwisseling in woningsoorten voor gezinnen, starters en senioren. Overvecht werd al snel een populaire wijk, waar ruim 35.000 mensen woonden.

De eerste bewoners (tussen 1964 en 1972) waren vooral Utrechtse jonge gezinnen uit andere wijken. Slechts een klein aantal mensen (7000) kwam uit andere gemeenten. Begin jaren '80 vertrokken veel gezinnen naar de nieuwe wijken zoals Lunetten en kwamen er meer mensen met een migratieachtergrond te wonen. Het aandeel oudere mensen nam sterk toe.

Jaren negentig

In de jaren negentig kwamen er door de gezinshereniging meer mensen met een niet-Nederlandse etniciteit in Overvecht wonen. Overvecht werd een wijk met zo’n 170 verschillende nationaliteiten.

 

Bronnen

​- M. Heurneman en B. van Santen, De Utrechtse Wijken: Overvecht (Utrecht 2004).
- Utrechts Nieuwsblad 30-11-1960 p2. Geraadpleegd op Utrechts Archief op 11-11-2023.

Kijk ook: Van Rossem Vertelt over Overvecht.

 

Geschreven door IJbeling Hartog Schrijfteam UtrechtAltijd Ontdek alle verhalen van deze schrijver

Extra info