Aan het werk!

De olieslagerij in Oudewater

5 min

Van één oliemolen op windkracht in Jutphaas naar een stoom-olieslagerij in Oudewater met de capaciteit van wel 24 windmolens. Het familiebedrijf van Hendrik Willem Verloop vond in 1880 een plek in Oudewater voor zijn nieuwste olieslagerij en werd een geliefde werkgever naast de touwfabriek en machinefabrieken. Er zijn meerdere medewerkers die maar liefst 50 jaar in dienst geweest zijn. 

Van lijnzaad perste de olieslager olie die diende als grondstof voor verf, kopra (zongedroogde kokos) en raapzaad werden geperst voor spijsolie en van de olie uit hennepzaad werd groene zeep gemaakt. Troebele of vervuilde olie van alle grondstoffen ging naar de zeepfabriek, zoals De Duif in Den Dolder. In de stoom-olieslagerij van familie Verloop in Oudewater werd 300 ton lijnzaad per week verwerkt tot 100 ton lijnolie. De uitgeperste zaden werden als veekoeken verkocht, voedsel voor koeien. Aan die bezigheid deed de olieslagerij zijn naam de ‘Koekenfabriek’ op. Men zag wekelijks tientallen kaasbrikken van handelaren rijden die na de kaasmarkt langs de fabriek reden om veekoeken te laden.

Olie slaan?

Het olie slaan gaat in het kort zo in z’n werk. Lijnzaad (of een andere grondstof) werd geplet en in een canvas zak gedaan, vervolgens plaatste men aan de voor- en achterzijde van die zak hardhouten planken en zette dit pakketje in een slagblok. In dat blok kunnen meerdere pakketjes staan, maar ertussen zit een wig. De wig werd met een heiblok naar beneden geslagen. Door die kracht werd het zaad samengeperst en druppelde er olie uit. Die werd onder het slagblok opgevangen. Het ‘slaan’ gebeurde twee keer achter elkaar, men kende de voorslag en de naslag.

Pakhuisknechten en zakkennaaiers 

Zo’n zestig medewerkers bemensten de fabriek. Er werkten pakhuisknechten die de schepen losten en trechters vulden voor de molensteen, persers die de grondstoffen (lijnzaad etc) verwarmden en in zakken stopten, de olieverwerkers die onder meer de olie filterden en de vaten vulden en verder nog timmerlieden, een smid, stokers, machinisten, kantoorpersoneel en een zakkennaaier die de perszakken oplapte. De fabriek was in bedrijf van ’s ochtends 7 tot ’s middags 5 uur. En niet op zon- en feestdagen.

Arbeidsomstandigheden

De arbeidsomstandigheden? Het werken in deze fabriek was fysiek zwaar, er was veel lawaai, het was warm en het stonk. Landarbeiders kwamen er buiten het seizoen, in de winter dus, overigens graag werken, juist vanwege de warmte. En ook het loon was goed, er was een groot verschil met het loon dat men kreeg in de touwfabriek, de andere grote werkgever voor ongeschoold werk. In de 100 jaar dat de stoom-olieslagerij gedraaid heeft, is er geen dodelijk ongeval geweest. Wel liep een stoker ernstige brandwonden op, en er zijn mensen die enkele ledematen verloren (zoals vingers) door de drijfriemen. Desondanks zorgde Verloop naar maatstaven van zijn tijd goed voor zijn personeel.

Na 25 jaar dienst kreeg de jubilaris een gouden horloge met inscriptie. Na vijftig jaar werd de werknemer voorgedragen voor een Koninklijke onderscheiding, en kreeg hij een pensioen van het bedrijf. Voor zover bekend zijn er meer dan tachtig werknemers geweest die 25 jaar bij de 'Koekenfabriek' gewerkt hebben, en veertien die hun 50-jarig jubileum gehaald hebben.

Landarbeiders kwamen er buiten het seizoen, in de winter dus, overigens graag werken, juist vanwege de warmte.

In crisistijd 

Tijdens de beide Wereldoorlogen en de crisistijd maakte het bedrijf moeilijke tijden door. Geen aanvoer van overzee, maar om met name de klanten van de veekoeken te helpen, ging de hele ploeg met wagens en rijtuigen naar de bossen in de Achterhoek en Brabant om kastanjes en noten te rapen. Ook werden uit de Zaanstreek scheepsladingen reeds lang gestorte cacaodoppen gekocht waar het olieslagwerk nog ongeveer één procent vet uit kon winnen. Ontslag was soms onvermijdelijk, maar altijd met het aanbod terug te mogen komen als de tijden weer beter waren.

Toen het bedrijf in 1956 verkocht werd aan Brinkers' Margarinefabrieken in Zoetermeer, bekend van het Zeeuws Meisje) kreeg iedereen van Verloop een levensverzekering mee, afhankelijk van het aantal gewerkte jaren (er was nog geen AOW). De meesten konden overigens bij Brinkers verder. Tot 1980, toen sloot Brinkers de fabriek in Oudewater. Brinkers ging failliet in 2013.

Geschreven door Otto Beaujon Bioloog van professie, gepensioneerd, sinds 1994 werkzaam geweest als vakbladredacteur en schrijver van 'De Koekenfabriek – Honderd jaar lijnolie uit Oudewater'.

Bron

Beaujon, O. (2014). De koekenfabriek: Honderd jaar lijnolie uit Oudewater. Bussum: Uitgeverij Thoth. 

In Koekenfabriek – Honderd jaar lijnolie uit Oudewater beschrijft Otto meer over deze oliefabriek die bij de oprichting in 1880 gold als de grootste oliefabriek van Nederland, dat in die periode meer dan vierhonderd oliemolens en -fabrieken telde.

Aanvullende informatie