Verhaal

‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.’ Met deze uitspraak toonde Belle van Zuylen zich onafhankelijk van de heersende mores. Ze had een hekel aan mannen die een vrouw namen ‘om de winter mee door te komen’. Vele aanbidders wees ze de deur. In plaats daarvan koos ze voor filosofie, wiskunde en schrijven. Heel veel schrijven.

Belle van Zuylen (1740-1805) groeide op met haar familie op Slot Zuylen, ten noorden van Utrecht. In de winter verbleef de familie aan de Kromme Nieuwegracht in Utrecht. Haar eigenlijke naam was Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken. Ze was de oudste in een gezin van zeven. Door haar afkomst verkeerde ze in hoge adellijke kringen en genoot ze een goede opleiding. Ze had een brede belangstelling en woonde colleges natuurkunde bij aan de Utrechtse Universiteit (want echt studeren mochten vrouwen niet) en volgde privélessen wiskunde. Naast schrijven, studeren en filosoferen hield zij zich bezig met tekenen, componeren en tuinieren. Ook schreef ze veel brieven.

Begin twintig wist ze al een schandaal te veroorzaken toen, anoniem dat wel, haar werk ‘Le Noble’ werd gepubliceerd. In dit boek nam zij de oude adel op de hak en uitte daarmee kritiek op haar eigen stand. Geschrokken door de reacties en nadat bekend werd wie de schrijfster was, namen haar ouders het werk uit de handel. Gelukkig hebben een aantal exemplaren de tand des tijds overleefd. Nog steeds is een van deze boekjes te vinden in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Het ‘nee’-woord

Als vrouw van adel werd ze klaargestoomd voor haar rol als getrouwde vrouw. Belle had echter verlichte ideeën en een moderne opvatting over de rolverdeling tussen man en vrouw. Zo schreef ze in een van haar brieven aan de Schotse schrijver James Boswell: ‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid’. Haar vader heeft minstens tien huwelijkskandidaten op Slot Zuylen uitgenodigd, welke Belle stuk voor stuk afwees. Ze zag het niet zitten om als vrouw een ondergeschikte rol te spelen in het huwelijk. Uiteindelijk trouwde ze toch. Ze was al 31 jaar oud. De voormalig huisleraar van haar broers, Charles-Emmanuel de Charrière, werd haar man. Hij kon haar de vrijheid geven die ze nodig had. Kort na hun huwelijk vestigden zij zich in Colombier bij Neuchâtel (Zwitserland). Daar heeft Belle het grootste deel van haar verdere leven gewoond en het merendeel van haar oeuvre tot stand gebracht.

Belle schreef tijdens haar leven brieven, (zelf)portretten, fabels, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek), liederen en klaviersonates. Door haar Franstalige opvoeding schreef ze al haar boeken in het Frans wat het voordeel had dat zij door heel Europa gelezen kon worden. Internationaal is zij bekend geworden onder de naam Isabelle de Charrière.

Inspiratiebron

Na haar dood raakte Belle enigszins in de vergetelheid maar rond 1900 verscheen er een uitgebreide biografie over haar door de Zwitser Philippe Godet. Vanaf dat moment wordt ze niet meer vergeten. Ze wordt geëerd om haar durf om op haar eigenzinnige manier in die tijd het onrechtvaardige lot van de vrouw aan de kaak te stellen. Zo is te lezen in De Gids (het oudste literaire en algemeen culturele tijdschrift van Nederland): ‘Voor één Hollandse roman van haar hand zouden wij zeker gaarne tal van achttiende-eeuwse voortbrengselen onzer letterkunde willen ruilen’ (De Gids, 1909). En nog steeds vormen haar werken een inspiratiebron.

Dit verhaal hoort bij het thema ‘Niet geschikt voor onderdanigheid’ waarin je moedige, onbaatzuchtige en tot voor kort onbekende vrouwen uit de Utrechtse geschiedenis ontmoet.

meer

Gerelateerde objecten

meer