Verhaal

In het Hofje van mevrouw Van Aerden staan twaalf woonhuisjes voor vrouwen. Een binnenvader houdt een oogje in het zeil en sluit de poorten bijtijds. In de Regentenkamer hangen schilderijen uit de verzameling van meneer Van Aerden. Dit is allemaal uitgedacht door Maria Ponderus en na haar dood ook uitgevoerd. Aan de Linge in Leerdam ligt sinds 1772 het hofje van mevrouw Van Aerden.

Maria Ponderus woonde in Den Haag en trouwde op haar twintigste met Pieter van Aerden. Deze weduwnaar was dertig jaar ouder dan zij en was notaris en procureur van beroep. Samen hadden zij twee zonen en een dochter. Maria leefde nog 45 jaar na de dood van haar man en overleefde ook haar kinderen. Kleinkinderen waren er niet. Op 92-jarige leeftijd overleed ze, op 20 april 1764. Maria liet een flink kapitaal na. In haar testament stond gedetailleerd omschreven welke bestemming haar fortuin had. 

Rijkdom delen

‘Dit hofje zal bestaan uyt twaalf woonhuysjes en een vertrek of woonhuys voor de binnenvader, bovendien een kamer voor de regenten’, zo citeert Voeten uit haar testament in het NRC Handelsblad. Die woonhuysjes waren bestemd voor behoeftige dames uit de familie van Maria Ponderus of Pieter van Aerden. Waren die er niet, dan mochten ook onbekende, armlastige vrouwen hun intrek nemen. Mits alleenstaand en protestants. Toentertijd waren er geen sociale voorzieningen, ongewoon was het dan ook niet voor vermogenden om hun rijkdom te delen met armlastigen.

Van Den Haag naar Leerdam

Hoewel Maria haar leven leidde in Den Haag, is het hofje uiteindelijk gebouwd in Leerdam. Waarom? Daar woonden simpelweg meer familieleden. Op de resten van het Kasteel van Leerdam verrezen de woonhuisjes, een regentenkamer met koepel, een Franse binnentuin en een nutstuin met fruit- en notenbomen, groenten en kruiden. Door goed contact tussen de familie en de Oranjes kreeg men toestemming om op die plek te bouwen. Die grond was namelijk nog altijd in bezit van de Oranjes.

Verboden voor

De toegangspoort van het hofje sloot op vaste tijden; op winteravonden om negen uur, in de zomer om tien uur. Mannen waren ’s nachts niet welkom. De enige man die er woonde was de huismeester. Hij hield een oogje in het zeil. Dat kan goed vanuit de Regentenkamer, vanachter de grote ramen is het hele hofje te overzien. Geheel volgens Maria’s wensen hangt in deze ruimte (nog steeds) de schilderijenverzameling van haar man. Daartoe behoort onder meer werk van Frans Hals en Ruysdael.

Twee keer feest

De huysjes besloegen ‘zestien voet in het vierkant, buiten de bedstee of trap meegerekend’. De bewoonsters van de huysjes betaalden geen huur, en kregen maandelijks zes guldens en turf. Twee keer per jaar was het feest, op de geboorte- en sterfdag van Maria. Dan kregen de dames ‘vier pont vlees, een tarwebrood en een fles witte wijn’, zoals beschreven in het testament.

Tegenwoordig wonen er nog steeds dames in de huysjes en is er een huismeester. Ook is het museum Hofje van mevrouw Van Aerden hier gevestigd, waardoor de kunstcollectie uit de 17de eeuw van Pieter van Aerden toegankelijk is voor publiek. Dat geldt ook voor de tuinen.

Dit verhaal hoort bij het thema ‘Niet geschikt voor onderdanigheid’ waarin je moedige, onbaatzuchtige en tot voor kort onbekende vrouwen uit de Utrechtse geschiedenis ontmoet.

Bronnen en meer lezen

- Voeten (1980, 8 juli), Een hofje van goede zeden in Leerdam. NRC Handelsblad, p6, via: delpher.nl

- De historie van het hofje van Mevrouw van Aerden, via: http://hofjevanaerden.nl/historie/

meer

Gerelateerde objecten

meer