Verhaal

Op de plek van het huidige KNMI in De Bilt stond eens een abdij: Vrouwenklooster. Bijzonder is dat we veel weten over het wel en wee in het klooster. Dat is te danken aan Henrica van Erp (circa 1480-1548). Na haar verkiezing tot abdis van Vrouwenklooster in De Bilt schreef zij vanaf 1503 een kroniek van de wederwaardigheden van dat klooster.

Auteur: dr. Anne Doedens

De kroniek van Henrica van Erp is een belangrijk werk: veel geschriften van deze aard zijn er niet overgeleverd. De oorspronkelijke kroniek is verloren gegaan. Er zijn twee zeventiende-eeuwse afschriften bewaard gebleven. Na haar overlijden in 1548 werd de kroniek voortgezet door haar opvolgsters.

Strijdbare dame

Henrica beschrijft de stichting van het klooster in 1139 en enkele van haar voorgangsters uit de vijftiende eeuw. Daarna begint ze haar verhaal in 1505 als zij de bezitsgrenzen van de abdij helder omschrijft. Hoe krachtig het klooster onder deze dame voor zijn rechten opkwam wanneer anderen die grenzen overtraden, blijkt uit het volgende citaat: ‘Op de donderdag na Pinksteren van het jaar 1512 [6 juni 1512] reisden […] [twee joffers] voor ons naar de Vuursche. Daar vernietigden zij de turf die de turfstekers van de Heren van St. Jan [illegaal] in […] [ons] veen hadden gestoken.‘ Dit land bij de Lage Vuursche was in handen van Vrouwenklooster en wordt nog steeds Nonnenland genoemd.

Abdis in oorlogstijd

Henrica leefde in zeer roerige tijden: die van de oorlog van Utrecht tegen de Habsburgse keizer (en graaf van Holland) Karel V en zijn vertegenwoordigers en de Gelders-Hollandse oorlogen. Het klooster lag dichtbij de stad Utrecht en raakte zo betrokken bij de gewelddadigheden die om en bij deze stad geschiedden. Henrica schrijft over de oorlog van de bisschopsstad in 1511 tegen de pro-Habsburgse Floris van IJsselstein. Ze behandelt verder de roerige jaren na 1524 waarin de Geldersen tegen de Hollanders streden. Een strijd waardoor de kloostersamenleving van Vrouwenklooster soms zwaar getroffen werd. Zo schreef de abdis: ‘Ook kwamen de soldaten uit Utrecht alle dagen en uren bij ons langs. We moesten hen aan voedsel alles geven dat we hadden.’ In 1528 luidt het: ‘De Hollanders braken onze kerk aan beide kanten open en ze sloegen het raam aan de bovenzijde van het Heilige Graf er uit en sloegen dat [graf] aan stukken.’

Het kloosterleven

De kroniek geeft een goed inzicht in de manier waarop Henrica het klooster bestuurde en hoe er in het kloosterleven met de adellijke nonnen of joffers aan toeging. Zo was ze woedend over de belastingen en gedwongen leningen die Vrouwenklooster moest opbrengen om de oorlog te financieren, met name voor Utrecht. Zelfs als ze ziek was, bleef ze actief. Zo lezen we dat ze in 1539 naar het koor in de kerk werd gedragen,  voor het altaar gezet, waarna ze terug werd gedragen en daarna in haar woning drie nieuwe nonnen aannam: ‘Daar knielde elk van de drie pas aangenomenen afzonderlijk voor het bed van de abdis om haar daar gehoorzaamheid te beloven.’

De kroniek eindigt in 1583, toen Vrouwenklooster als gevolg van de Reformatie ophield te bestaan.

Dit verhaal hoort bij het thema ‘Niet geschikt voor onderdanigheid’ waarin je moedige, onbaatzuchtige en tot voor kort onbekende vrouwen uit de Utrechtse geschiedenis ontmoet.

Meer lezen

De kroniek van Henrica van Erp, abdis van Vrouwenklooster, ingeleid en verzorgd door Anne Doedens en Henk Looijestein (Hilversum 2010). De Kroniek is digitaal te raadplegen via: http://www.utrechtsekronieken.nl/kronieken/kroniek-vrouwenklooster/

Online Museum De Bilt:

meer

Gerelateerde objecten

meer