Volksverhaal: het Utrechtse wittebroodskind

5 min

De arme jongen had nooit gedacht dat het zo met hem zou aflopen. Vanochtend was het nog feest: hij werd door zijn moeder naar de bakker gestuurd op de hoek van de Donkere Gaard om een wittebrood te kopen. Dat was in tijden niet gebeurd! Hij moest de bakker vertellen, dat zijn moeder binnenkort zou komen betalen. Zijn vader wist namelijk hoe je de fundering van de kerk moest leggen. En dat zou een grote som geld opleveren!

Het ging om de fundering van de Utrechtse Mariakerk, in 1099 gebouwd. De grond was eigenlijk te drassig om op te bouwen. Toch wilde bisschop Koenraad op die plek een kerk, zodat daarmee het kerkenkruis zou worden voltooid. Het kruis, met de Dom als centrale kerk, had al de Janskerk in het noorden, de Pauluskerk in het zuiden en de Pieterskerk in het oosten. Nu nog een kerk in het westen en het kerkenkruis was compleet. De bisschop loofde een prijs uit voor degene die met de oplossing voor de fundering kwam.

Een Friese metselaar, die in Utrecht maar met moeite genoeg verdiende om zijn vrouw en kind genoeg eten te kunnen geven, wist wel een oplossing. In Friesland had hij vaker moeten bouwen op drassige grond en hij wist welke fundering hiervoor nodig was. Hij vertelde dit enthousiast aan zijn vrouw. Hij zou het overmorgen, als hij vrij was, aan de bisschop gaan vertellen en de zak met geld verdienen!

Het zoontje van de metselaar had alles gehoord. Toen de bakker geïnteresseerd aan de kleine jongen vroeg, hoe je de fundering moest leggen, vertelde de jongen vol trots...

De sluwe bakker

Maar kleine potjes hebben grote oren. Het zoontje van de metselaar had alles gehoord. Toen de bakker geïnteresseerd aan de kleine jongen vroeg, hoe je de fundering moest leggen, vertelde de jongen vol trots dat je eerst ossenhuiden op de drassige grond moest leggen om te voorkomen dat de fundamenten in de grond zouden wegzakken.

De bakker snelde naar de bisschop, vertelde de oplossing en streek zijn beloning op. Toen de metselaar begreep dat zijn zoontje zijn mond voorbij had gepraat, werd hij zo kwaad dat hij het kind met een paar flinke klappen met het pas gekochte witbrood doodsloeg. Het jongetje werd in de Mariakerk begraven. Toen de bakker dit hoorde voelde hij zich toch schuldig en heeft zijn winkel vanaf die tijd ‘het wittebrootskint’ genoemd.

Vele verhalen

Dit is maar één versie van het verhaal. Er zijn ook versies waarin de bouwmeester Plebo (of Pleberus) uit Friesland de oplossing heeft. Het geheim wordt dan door de gierige bisschop ontfutseld aan de zoon van de bouwmeester, door omkoping of door een verleidelijke vrouw. Hierna wordt de bisschop vermoord door de wraakzuchtige bouwmeester.

Wat kan er nu waar zijn aan het verhaal? In alle versies wordt het fundament gebouwd op ossen- of koeienhuiden. In de Mariakerk was een afbeelding van een stier met het jaar 1099 aangebracht op een zuil, met daaronder een Latijnse tekst die vertaald luidt: ‘Nakomeling, verhaal eeuw in, eeuw uit: deze zuil staat hier gevest op stierenhuid’. Maar dit blijkt toch een fabel. Al in 1815 bij de sloop van de Mariakerk heeft men hiernaar gezocht, en ook in 1988 na de brand in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen, maar niets gevonden.

Verhaal sterker dan de waarheid

En een brood als wapen? Dat zou kunnen, omdat in Utrecht het ‘Swartewittenbroot’ werd gebakken: witbrood zo hard gebakken dat het zwart van buiten en keihard was. In plaats van het brood te snijden werd het gebroken en het deeg er uitgeplukt.

Maar het verhaal blijkt sterker dan de waarheid. Zo is er eeuwenlang een bakker geweest met de naam ‘Het wittebrootskint’ op de Oudegracht 276. Een gevelsteen herinnert daar nog aan. Er is ook nog een lantaarnconsole met dit verhaal bij Lichte Gaard no. 8.

De romaanse kloostergang, de Pandhof Sinte Marie, is het restant van de 11de eeuwse overdekte gang die van de Mariakerk naar de vergaderzaal van de kanunniken leidde. Je kan daar heerlijk bij de kruidentuin op een bankje zitten, en als je goed luistert, kan je het Wittebroodskind nog horen ‘schreien en zuchten’...

Geschreven door IJbeling Hartog Schrijfteam UtrechtAltijd Ontdek alle verhalen van deze schrijver

Bronnen

Sinninghe, J. R. W. (1978). Utrechtsch sagenboek. Zutphen: Thieme.

Blécourt, W. . (1979). Volksverhalen uit Utrecht en het Gooi. Utrecht [etc.: Het Spectrum. Blz 35 ‘De Friesche Bouwmeester', Jacob van Lennep.

Evers, G.A. (1940) Utrechtsche overleveringen. XIX : De bouw der St. Mariakerk. In Maandblad Oud-Utrecht jg. 15,  (blz 90-93)

Graafhuis, A., & Baart, . F. C. A. (1982). Reliefs in blauw: Lantaarnconsoles langs de Utrechtse grachten. Utrecht: Spectrum.