Plaats delict Utrecht

Het Hof van Utrecht

4min

Rechtbanken, je hoopt er zo min mogelijk mee te maken te krijgen, maar soms is het niet anders. Dat is nu zo en dat was vroeger ook zo. Maar vroeger zat het systeem wel best ingewikkeld in elkaar.

Als een stad in de middeleeuwen stadsrechten kreeg, dan mocht de stad ook een eigen rechtbank hebben, een ‘stadsgerecht’. De schepenen, vergelijkbaar met de wethouders nu, waren dan de rechters. Een stadsgerecht had de ‘hoge jurisdictie’ en dat betekent dat zij ook lijfstraffen mochten geven. Dorpen hadden ook wel rechtbanken, maar die hadden alleen de ‘lage jurisdictie’, die mochten geen lijfstraffen geven. Dus als iemand beschuldigd werd van moord buiten de stadsgrenzen, moesten ze naar de landsheer, de bisschop. En die had als strengste straf excommunicatie, uitsluiting van de kerk. Dat hield in dat je niet kon trouwen en dat je niet begraven mocht worden in je gemeenschap. Voor gelovigen natuurlijk een regelrechte ramp. In een grote stad was er ook nog eens een rechtbank van de gilden, die zich bezig hield met zaken die met bedrijven te maken hadden.

Karel V

In 1528 vroeg de bisschop van Utrecht aan keizer Karel V hulp omdat hij ruzie had met het stadsbestuur. Karel V hielp maar al te graag, maar dat had voor de bisschop wel gevolgen. De keizer vond dat de bisschop zich voortaan alleen met kerkelijke zaken moest bemoeien. De rest deed hij wel. Hij schafte de rechtbank van de bisschop en de rechtbank van de gilden af en in 1530 stelde hij het Hof van Utrecht in. Het Hof van Utrecht was de rechtbank voor de inwoners van de dorpen en boerenbuurten in het Sticht. Het was ook de rechtbank waarbij burgers van steden in beroep konden gaan als zij het niet eens waren met het vonnis van hun eigen stadsgerecht.

Een eigen schavot

In de eerste jaren van haar bestaan maakte het Hof van Utrecht gebruik van een ruimte in het huis Hasenberg, een deel van het stadhuis van Utrecht. Aan het einde van de zestiende eeuw verhuisde het Hof naar de voormalige Paulusabdij aan de Hamburgerstraat. Het Hof van Utrecht maakte geen gebruik van het stedelijke schavot op de Neude, maar het had een eigen schavot. Eerst op het Vredenburg en later op het Paardenveld. Hier werden veroordeelden gegeseld, gebrandmerkt, gewurgd, opgehangen en soms zelfs onthoofd. Niettemin, de favoriete straf bleef verbanning uit de provincie.

Spraakmakende zaken die voor het Hof van Utrecht kwamen waren de processen uit 1595 tegen de gezinsleden van Volcker Dircksz uit Hoogland bij Amersfoort, die beschuldigd werden van hekserij; de vele processen tegen landlopers en ‘heidenen’ aan het begin van de achttiende eeuw zoals ‘heydinne Hendrikje’ in 1733; het proces tegen de moordenaressen van Lambertje Overbeek in Hoevelaken in 1732; de processen na het belastingoproer in 1748.

Franse regels

In 1795 werd Nederland veroverd door de Fransen. Dat betekende dat er allerlei Franse regels en wetten werden ingevoerd. Er veranderde veel op het gebied van de rechtspraak. Zo kwam er een  einde aan de rechtspraak door stadsbesturen en dorpsbesturen. In 1809 werd in heel Nederland en landelijk wetboek van strafrecht ingevoerd en in 1811 kwam het einde voor het Hof van Utrecht. De rechtspraak werd overgenomen door de Arrondissementsrechtbank.

 

Geschreven door Nettie Stoppelenburg Vakspecialist bij Het Utrechts Archief, historica en schrijver. Ontdek alle verhalen van deze schrijver

Extra info