Vondst van de Schervendokter

Het schedeldak van Wijk bij Duurstede

7 min

Tiske (11) en Danté (9) vonden tijdens het ravotten een bonk klei. Toen die openbrak verscheen er een groot stuk bot. Vader Jaco dacht onmiddellijk dat dit wel iets heel bijzonders moest zijn. Dat bleek wel toen hij het afspoelde in het water. Hij had een schedeldak van een mens in handen. Het plan was een ontspannen middag aan de zandafgraving bij de Nederrijn in Wijk bij Duurstede. Maar deze dag in mei 2020 stond in het teken van een bijzondere vondst. Waar kwam dit bot vandaan en hoe is het hier terechtgekomen? Na ruim anderhalf jaar onderzoek weten we meer over dit schedeldak. Daarover lees je meer in deze aflevering van Vondst van de Schervendokter door archeoloog Alexander van de Bunt.

Foto’s van dit schedeldak kwamen binnen bij het Meldpunt Archeologie. De foto’s leken een laag voorhoofd te tonen die de suggestie wekte dat de schedel heel oud kon zijn. Uit de tijd van de neanderthalers (ca. 180.000 – 40.000 v.Chr.) ofwel het paleolithicum. De eerste stap in het onderzoek*? Naar Wijk bij Duurstede om het object te bestuderen, fotograferen en te registeren in de vondstendatabase PAN. Ook de vondstplek werd onderzocht met Jaco. Kwamen er andere vondsten boven water die in verband gebracht konden worden met de schedel? Ter plekke werden enkele scherven uit de ijzertijd, Romeinse tijd en wat dierlijk bot gevonden. Oftewel weinig aanknopingspunten.

De speurtocht

Vanwege de vele vermoedens dat het schedeldak weleens heel oud kon zijn, werd contact gezocht met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Eveline Altena van de afdeling Humane Genetica van het Leids Universitair Medisch Centrum, Paul Storm van het Groninger Instituut voor Archeologie, Rijksuniversiteit Groningen en het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig. Al gauw kon door meerdere specialisten worden bevestigd dat we hier niet met een neanderthaler te maken hadden, maar met een Homo sapiens. Alleen over wanneer deze persoon had geleefd en vandaan kwam kon zonder wetenschappelijk onderzoek nog geen uitspraak worden gedaan. De vervolgafspraak voor DNA-onderzoek werd onmiddellijk gemaakt bij archeologisch DNA-onderzoeker Eveline Altena in Leiden.

In de schedel bleek niet genoeg organisch materiaal aanwezig te zijn om DNA-onderzoek uit te voeren. Als we gebitselementen hadden gehad, of rotsbeen (een botrichel aan de binnenzijde van de schedel met concentraties zeer compact bot), was het waarschijnlijk een heel ander verhaal geweest. Gelukkig was het schedeldak ondanks de vondstomstandigheden uitzonderlijk goed geconserveerd waardoor een andere methode gebruikt kon worden, namelijk die van koolstofdatering (14C). Dit is een dateringsmethode waarmee de ouderdom van organisch materiaal wordt bepaald op basis van radioactief verval van het isotoop koolstof-14.

Het schedeldak werd opgestuurd naar het Centrum voor Isotopen Onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Uit dat onderzoek bleek dat het schedeldak ruim 3.000 jaar oud was en dat deze persoon ergens in de periode tussen 1219 en 1019 v.Chr. moet hebben geleefd. Dat is in de late bronstijd. Het is vrij bijzonder om uit die periode intact menselijk botmateriaal te vinden.

De roerige late bronstijd

Wat voor tijd was de late bronstijd? Die is te omschrijven als een roerige periode in onze historie die gekenmerkt werd door nieuwe migraties vanuit Centraal-Europa, de opkomst van een nieuwe krijgersklasse, en vele innovaties op het gebied van wapens, bepantsering, huurlegers en stedelijke versterkingen. Inmiddels bestaan er verschillende hypotheses over de vermoedelijke samenhang van de opkomst van de Proto-Kelten in centraal Europa, de gewelddadige zeevolkeren en de ineenstorting van de paleisculturen, zoals de Myceners (Griekenland), Minoërs (Kreta) en de Hittieten (Anatolië), in het oostelijke deel van de Middellandse zee.

Traditioneel wordt deze periode gezien als de opkomst van de Urnenveldencultuur (ca. 1300 tot 950/920 v.Chr.), vernoemd naar het gebruik van bijzettingen van urnen op een urnenveld. Hierbij moet wel vermeld worden dat begravingen (inhumaties) niet geheel in ongebruik kwamen. De Urnenveldencultuur wordt veelal gezien als de Proto-Keltische cultuur van Europa, die later zou worden opgevolgd door de Keltische Hallstatt (1200-500 v.Chr.) en de La Tène cultuur (ca. 500/450-1 v.Chr.). Net als bij de latere Kelten was er waarschijnlijk geen sprake van een etnische of culturele eenheid, maar omvat de Urnenveldcultuur verschillende lokale culturen.

Herkomst onbekend

Hoe de schedel in een zandafgraving bij Wijk bij Duurstede terecht is gekomen zal altijd een bron van speculatie blijven. Daarnaast is het ook maar de vraag of deze persoon in de bronstijd ook in de buurt van het huidige Wijk bij Duurstede aan zijn einde is gekomen. Het kan heel goed mogelijk zijn dat deze persoon bijvoorbeeld door verdrinking in de rivier om het leven is gekomen. In dat geval kan een dergelijke scenario zich verder stroomopwaarts hebben voltrokken, tot wel mogelijk ver voorbij de Nederlandse grens. Uiteraard blijft ook de optie bestaan dat het om een verstoord graf kan gaan uit de veel diepere ondergrond en pas later door de zandafgraving rondom de Nederrijn verstoord is geraakt. Hiervoor is het bewijs echter te schaars. Ook zijn er geen (hak)sporen op de schedel aangetroffen die eventueel zouden kunnen duiden op een gevecht of conflict. Hoe het ook zij, het verleden achter dit schedeldak zal voorlopig nog in nevelen gehuld blijven. Als archeologen kunnen we alleen maar gissen naar de geschiedenis van deze persoon, want zijn of haar herkomst blijft onbekend.

Het schedeldak is geregistreerd in Portable Antiquities of the Netherlands: PAN-00077410

Het schedeldak is momenteel in beheer van de vinder die hier ook zorg voor draagt.

* Het onderzoek naar het schedeldak van Wijk bij Duurstede is met respect en zorg uitgevoerd en is mede gefinancierd door de Rijksdienst voor  het Cultureel Erfgoed.

Met dank aan

Jaco van der Spek, Tiske van der Spek, Danté van der Spek, Anton Cruysheer (Landschap Erfgoed Utrecht), Jos Bazelmans (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), Bjørn Smit (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed), Eveline Altena (afd. Humane Genetica - Leids Universitair Medisch Centrum), Paul Storm (Groninger Instituut voor Archeologie, Rijksuniversiteit Groningen), Sanne Palstra (Centrum voor Isotopen Onderzoek, Rijksuniversiteit Groningen), Channa Cohen Stuart (Gemeente Wijk bij Duurstede) en het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie.

Aanvullende informatie

Geschreven door Alexander van de Bunt Archeoloog, schrijver en fotograaf Ontdek alle verhalen van deze schrijver

Ook iets gevonden?

Iedereen die een archeologische vondst doet, is wettelijk verplicht dit te melden. In Utrecht kan dit bij het Meldpunt Archeologie van Landschap Erfgoed Utrecht. Je helpt zo niet alleen mee de geschiedenis van de provincie in kaart te brengen, onze experts vertellen je bovendien graag meer over de achtergronden van je vondst.