Waterlinies

Werelderfgoedstatus voor Hollandse Waterlinies

4 min

De provincie Utrecht kent een aantal waterlinies: aaneengeschakelde stukken land die onder water konden worden gezet om vijandelijke legers te stuiten. Plaatsen waar de linie kon worden gepasseerd, werden beschermd door forten. Een militaire functie hebben de linies niet meer, maar er wordt gewerkt aan hun herstel en behoud, omdat ze uniek zijn in de wereld. Een relatief ‘jong’ voorbeeld is de Nieuwe Hollandse Waterlinie, gebouwd vanaf 1815.

Al in de 15de eeuw legden de Hollanders meertjes droog met hun windmolens. En wie dat kan, kan land ook weer onder water zetten, ofwel: inunderen. Inundatie gebruikte men in de 16de eeuw rond enkele steden in de strijd tegen de Spanjaarden. Door het water (op kniehoogte) konden geen boten varen. De bodem werd modder en sloten en obstakels werden verraderlijk onzichtbaar. Deze successen voedden het idee van de waterlinie.

Oud Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie

In het Rampjaar 1672 wilden de Fransen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden innemen. Om de legers van de Zonnekoning te stuiten, zette men gebieden van de Zuiderzee tot de Biesbosch onder water. Hoger gelegen dijken en wegen waarlangs de linie kon worden gepasseerd (de ‘accessen’) verdedigde men met gewapende rivierboten, maar later kwamen daar structurele verdedigingswerken voor. De linie stopte de Fransen. Vanaf 1744 (tot 1910) bouwde men de Grebbelinie van zuid naar noord door de Gelderse vallei. Hiermee zou men de vijand lang genoeg kunnen ophouden om de Oude Hollandse Waterlinie gereed te maken.

Vorst helpt Napoleons legers

In 1793 kwamen de Fransen terug, nu Napoleons legers. Vorst ondermijnde de werking van waterlinies; generaal Pichegru stak eind december 1794 de bevroren Maas over en de Waal in januari 1795. Utrecht gaf zich snel over. De Fransen namen de stad ongehinderd in en daarna de Noordelijke provincies. Na de Franse tijd begon men in 1815 in opdracht van koning Willem I met de bouw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie die ook Utrecht moest beschermen. Vanaf 1860 bouwde men de IJssellinie, die als meest oostelijke linie de eerste klappen moest opvangen. De uitvinding in 1885 van de explosieve brisantgranaat noodzaakte tot versterking van bestaande forten. Tussen 1881 en 1914 bouwde men de Stelling van Amsterdam en tot aan 1940 versterkte men de linies met extra tankgrachten en betonnen bunkers. In 1940 was de Grebbelinie onze hoofdverdediging tegen de Duitsers, maar tegen hun luchtmacht bleken waterlinies zinloos. In 1951 verliet Defensie het idee van verdediging met waterlinies.

Werelderfgoedstatus UNESCO 

De overbodige forten en linies zijn sindsdien verwaarloosd. Inmiddels erkent men hun cultuurhistorisch belang. Geïsoleerd door hun gracht zijn de forten vaak oasen van rust geworden met bijzondere flora en fauna. Gerestaureerde forten krijgen een nieuwe bestemming, met het Waterliniemuseum in het Fort bij Vechten als voorlopig hoogtepunt. Deze grootste monumenten van Nederland hebben veel te bieden.

In de zomer van 2021 kregen de Hollandse Waterlinies de felbegeerde status van werelderfgoed van UNESCO. Dit is een uitbreiding van het werelderfgoed van de Stelling van Amsterdam met de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Samen vormen ze nu de Hollandse Waterlinies.

Bronnen

Ronald Blijdenstijn, Tastbare Tijd, Cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht (Utrecht 2005).

Rita Brons, Bernard Colenbrander (red.), Atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie (Rotterdam 2009).

Douwe Koen, Bureau B+B, Ronald Rietveld en Frederica Rijkenberg Versteende ridders. De Nieuwe Hollandse Waterlinie (Wageningen 2009).

Aanvullende informatie