Verhaal

In Nederland is Utrecht de provincie waar de meeste knotbomen voorkomen. De schatting is dat Utrecht zo’n 140.000 knotbomen telt (in heel  Nederland is dit aantal zo’n 642.000). Knotbomen kun je dan ook vinden in alle landschapstypen in onze provincie. Maar de langste rijen knotbomen vind je in het open laagveenlandschap van West Utrecht.

Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam, waarbij de boven op de stam groeiende takken (pruik) periodiek worden geoogst. Door die oogst ontstaat er op deze hoogte een vergroeiing van de stam: de knot. De boomsoort die het meest als knotboom wordt gebruikt is de wilg, maar ook soorten als es, els en populier worden gebruikt.

Takken voor de vakman

Vroeger werden de takken geoogst en gebruikt door verschillende vakmannen. Van de dikste takken werden klompen gemaakt en van de dunnere takken maakte men gereedschapsstelen. Verder werden de takken gebruikt als erfafscheiding maar ook werd het hout gebruikt als brandstof in de keuken of bij de kaasmakerijen. Takkenbossen werden tevens gebruikt om de ovens van stoomlocomotieven aan te krijgen.

De ecologische functie van de knotboom

Tegenwoordig wordt het hout van de knotbomen gebruikt als brandhout voor de open haard. Maar de knotbomen, die meestal voorkomen in het open veenweidelandschap, hebben ook een belangrijke ecologische en landschappelijke functie. De lange rijen knotbomen vormen belangrijke linten waarlangs dieren zich kunnen verplaatsen. Knotbomen hebben daarnaast voor diverse diersoorten zoals de steenuil een belangrijke functie als rust-, broed-  en foerageerplaats, dat is een plek waar dieren regelmatig komen om voedsel te zoeken.

Voor deze kleinste uilensoort die in Nederland voorkomt, is de knotboom van levensbelang. Na schatting broedt  ongeveer de helft van de gehele populatie steenuilen (circa 6.000) in knotbomen. Voor het behoud van schuil- en nestgelegenheid van de steenuil is het belangrijk oude knotbomen te handhaven en niet alle knotbomen tegelijk te knotten.  In de kruin van knotbomen kunnen soms planten of struiken groeien, zoals een eikvaren of een vlierstruik. Op de stam vinden we vaak mossen en korstmossen.

De landschappelijke functie van de knotboom

In het open landschap geven knotbomen aankleding aan het landschap. Op verschillende plaatsen in de provincie vormen ze de scheiding tussen water en weg bijvoorbeeld langs het riviertje de Lange Linschoten. Hier vormen zo’n 3.000 knotbomen de scheiding tussen water en weg. Maar ook in de omgeving van Portengen en Kockengen zijn vele knotbomen als wegbeplanting aangeplant. Opvallend is dat de knot zich bij knotbomen langs wegen meestal op een grotere hoogte bevindt dan bij de knotbomen in weilanden. Zo kon de boer met paard en wagen gemakkelijk onder de knotbomen doorrijden.

Het knotten

Knotbomen worden eenmaal per vier à zes jaar geknot. De knotboom wordt dan ontdaan van zijn pruik. In het landschap zijn dan kale stammen te zien. Het knotten van knotbomen gebeurt tegenwoordig veel door vrijwilligers die er zaterdag op uittrekken om in hun eigen woonomgeving te gaan zagen. Het knotten van knotbomen is noodzakelijk om te voorkomen dat de pruik topzwaar wordt. Wanneer er niet geknot wordt zal de zwaarte van de takken er voor zorgen dat de stam inscheurt of zelfs omvalt. Bomen die omvallen kunnen we gemakkelijk vervangen door een wilgentak (sliet) in de grond te steken. Deze tak maakt van zelf wortels en kan gaan uitgroeien tot een volwaardige knotboom.

meer
meer