Niet geschikt voor onderdanigheid

Leentje Willemsdochter beschuldigd van hekserij

4 min

In Utrecht werden nog in 1596 mensen op de brandstapel gezet op beschuldiging van hekserij. Oudewater gaf de beschuldigden echter een kans om zich te laten wegen en zo te bewijzen dat ze geen heks waren. Dat het stadsbestuur van Oudewater niet gedachteloos meedeed aan heksenvervolging gold bepaald niet voor de lokale bevolking. Zo deden wilde geruchten de ronde over de ‘betoverde koeken’ van Leentje Willemsdochter!

Bij heksen denken we al snel aan oude kruidenvrouwtjes waar iedereen toch al bang voor is. Maar Leentje was geen oud kruidenvrouwtje, ze was een jonge boerin. Leentje werd rond 1610 geboren in Papekop, een polder ten noorden van Oudewater. In 1636 trouwde zij met de weduwnaar Jan Aertsz Benschopper. Jan Aertsz woonde aan de noordzijde van het riviertje de Lange Linschoten, ten oosten van Oudewater, en hij had uit zijn eerste huwelijk al vier kinderen. Ondanks dat hij katholiek was en daarom eigenlijk geen openbare functies mocht bekleden, was hij jarenlang schepen van Snelrewaard en Lange Linschoten. Een gerespecteerde familie dus. Jan en Leentje kregen samen drie zoons en twee dochters.

Vals beschuldigd

In 1647 spande Jan Aertsz Benschopper een proces aan tegen een vrouw uit de buurt, Anneken Cornelisdochter. In de archiefstukken staat niet waar het proces over ging, maar dat verhaal is overgeleverd in het boek van dominee Borremans. De kinderen van Anneken zouden bij de kinderen van Leentje hebben gespeeld en Leentje zou hen betoverde koeken hebben gegeven waar ze ziek van werden. Anneken vertelde tegen iedereen die het horen wilde dat Leentje een heks was en de mensen geloofden het. Jan Aertsz probeerde het met het proces te stoppen maar na vier maanden was hij nog niets verder. Leentje besloot zelf actie te ondernemen: ze vroeg aan het stadsbestuur van Oudewater om gewogen te mogen worden. 

Het stadsbestuur van Oudewater voelde er niets voor om Leentje te wegen. Zij hoefde toch niet bang te zijn voor haar leven?

De weging

Keizer Karel V had ooit aan Oudewater het privilege gegeven om mensen die van hekserij werden beschuldigd, te wegen en ze een certificaat te geven als bewijs dat ze geen heks waren. In Duitsland werden nog wel heksen vervolgd en er kwamen ook regelmatig mensen uit Duitsland voor zo’n certificaat. Maar in Nederland was de laatste brandstapel al veertig jaar gedoofd. Het stadsbestuur van Oudewater voelde er niets voor om Leentje te wegen. Zij hoefde toch niet bang te zijn voor haar leven? Maar Leentje werd wel gepest en ze overtuigde het stadsbestuur van de noodzaak om de valse beschuldigingen te stoppen. Leentje werd gecontroleerd door de vroedvrouw en gewogen. Haar gewicht bewees dat ze geen heks was, die op een bezemsteel door de lucht zou kunnen vliegen. Met haar certificaat kon ze alle mensen in de Linschoten haar onschuld bewijzen.

Leentje als weduwe

In juli 1648 overleed Jan Aertsz. Dat betekende ook dat het erfdeel van de kinderen uit het eerste huwelijk van Jan Aertsz uitgekeerd moest worden. Dankzij de erfenis van haar ouders kon Leentje in ieder geval op de boerderij in de Lange Linschoten blijven. Maar toen kwamen in 1672 de Fransen. Ze trokken door de Lange Linschoten naar Oudewater en een paar weken later weer terug. En ze kwamen telkens terug om te plunderen, vee te roven en brand te stichten. Wat er precies gebeurd is, is onbekend, maar op 9 november 1672 werd Leentje Willemsdochter begraven in de kerk van Oudewater.

In deze aflevering van Verleden van Utrecht leer we meer over het trieste verhaal van de heksenvervolgingen aan de hand van Leentje.

Geschreven door Nettie Stoppelenburg Vakspecialist bij Het Utrechts Archief, historica en schrijver.

Aanvullende informatie