Verhaal

Tegenwoordig ontmoeten veel geliefden elkaar via datingsites. Maar hoe ging dat een paar eeuwen geleden? Hoe veroverde je een goede partij? In het archief van de familie Martens bevinden zich prachtige brieven die laten zien hoe Carel Martens op vrijersvoeten gaat.

Auteur: Mieke Heurneman, Landschap Erfgoed Utrecht

Carel Martens (1602-1649) is een zoon van kruidenier en koopman Hans Martens, die in 1581 vanuit Antwerpen naar Amsterdam gekomen was. Carel had in Leiden rechten gestudeerd en was daar gepromoveerd. Hij was getrouwd met Petronella van Vorst, dochter van een uit Utrecht afkomstige Leidse hoogleraar, die lijfarts was geweest van prins Maurits. Ze waren na hun huwelijk in 1627 gaan wonen aan de Kromme Nieuwegracht in Utrecht, waar Carel als advocaat ging werken. Hun huwelijk was echter maar van korte duur. In 1630 stierf Petronella in het kraambed bij de geboorte van hun tweede kind.

Liefdespad

Vier jaar later blijkt Carel Martens zijn oog te hebben laten vallen op de elf jaar jongere Jacoba Lampsins uit Vlissingen. De eerste contacten verlopen via brieven van Carel. In maart 1634 betuigt hij voor het eerst zijn ‘onveranderlijke affectie en trouwe liefde’ aan Jacoba, die hij aanspreekt als ‘eerbare deuchtrijcke seer discrete Jonckvrou’. Antwoord blijft echter uit. Carel haalt alles uit de kast om Jacoba over te halen. Hij schrijft dat hij haar graag wil bezoeken om te laten zien ‘dat ick U Edele bijwesen meer beminne dan alles wat ick hier besitte’. Bovendien stuurt hij vers wildbraad naar Vlissingen. Maar Jacoba reageert niet. Carel begint zich zorgen te maken, want er zijn vast meer kapers op de kust.

Huwelijkspolitiek

Behalve amoureuze gevoelens spelen zeker ook zakelijke belangen een rol. Jacoba Lampsins komt namelijk uit een welgestelde familie en haar beide ouders zijn reeds overleden. Terwijl ze Carel laat wachten, doen haar voogden wel navraag naar Carel. Onder anderen bij zijn zwager, de invloedrijke Anthony van Hilten. Die doet een goed woordje voor hem en omschrijft hem als een ‘homme de bien, fort bon, discret’.

Het verlossende woord

Na twee maanden wachten wordt Carel ongeduldig. Hij schrijft haar nog een keer en noemt haar ‘mijn alderliefste’. Zijn geduld begint op te raken en hij beklaagt zich over haar langdurige besluiteloosheid. En dan komt na enkele weken het verlossende woord. Carel is door het dolle heen en schrijft haar meteen terug. Het is duidelijk waar hij naar verlangt: “dat is, mijn alderliefste Lammetien, U Edele te omhelsen ende minnelick te kussen tot getuijgenisse ende gagie van mijnen rechte liefde ende trouwe, ende tot een waer teecken van sincere danckbaerheijt”.

Huwelijk

In september 1634 vindt de bruiloft plaats in Vlissingen. Kosten noch moeiten worden gespaard. Drie dagen wordt er feest gevierd met tientallen gasten. Behalve kalkoenpasteien, gebraden zwanen, pauwen, ganzen, kapoenen, fazanten, Italiaanse taartjes, Engelse pasteien, amandeltaarten, gesuikerde limoenen, marsepein en roomkaas staat op het menu ook ‘1 lammeken voor juffrouwe de bruijt’. Ongetwijfeld een verwijzing naar Carels koosnaampje voor Jacoba.

Regentenfamilie

Met dit huwelijk wordt Carels liefde bezegeld én wordt de basis gelegd voor een stevig familiekapitaal. Jacoba brengt namelijk 50.000 gulden in. Carels inbreng van 24.000 gulden steekt daar bleekjes bij af, maar daar staat wel het perspectief van een glanzende carrière tegenover. De familie Martens zal later dan ook uitgroeien tot een invloedrijke Utrechtse regentenfamilie.

Meer lezen

- W.A. Heurneman, ‘Pillengift, papegaai en patrijzenjacht. Huiselijk leven en vrijetijdsbesteding’, in: Renger de Bruin en Arend Pietersma (red.), Erfgenamen aan het Janskerkhof. De familie Martens in Utrecht 1628-1972 (Jaarboek Oud-Utrecht 2002) 111-150.

- A. Pietersma, ‘Carel Martens (1602-1649) advocaat en stichter van een Utrechtse dynastie’ in: J. Aalbers e.a. (red.), Utrechtse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekenden en onbekende Utrechters dl. 2 (Amsterdam/Utrecht z.j.) 97-101.

meer

verhalen

Gerelateerde objecten

meer