Onvrede over de Keulse Vaart

6 min

Het handelsverkeer over water tussen Amsterdam en Duitsland ging vanouds over de zogenaamde Keulse Vaart. Deze route liep gedeeltelijk door de stad Utrecht. In Amsterdam was men daar niet blij mee. De reis was duur door tolheffingen, het vaarwater was ondiep en door bruggen en versmallingen liepen schepen vertraging op. De Amsterdamse Kamer van Koophandel opperde daarom rond 1850 ideeën voor een nieuwe handelsroute. Voor Utrecht was daarin geen plek.

De Amsterdamse handelaren verscheepten met name koloniale waren naar Duitsland en haalden onder meer rijnwijn mee terug. De schepen kwamen vanuit Amsterdam over de Vecht Utrecht binnen door de Weerdsluis. Vervolgens gingen ze door de Stadsbuitengracht (de huidige Catharijnesingel) naar de Vaartse Rijn, langs Jutphaas naar Vreeswijk en dan over de Lek stroomopwaarts naar Duitsland. Deze vaarroute stond bekend als de Keulse Vaart. Deze was in 1821 op initiatief van Koning Willem I, de 'kanalenkoning', als een van zijn nieuwe projecten tot stand gekomen.

Vertraging op de Vecht

In Amsterdam waren ze echter niet tevreden met de Keulse Vaart. De ladingen moesten in Utrecht overgeladen worden op kleinere schuiten vanwege de beperkte breedte van het water. Daarvoor bestond een speciale overlaadhaven, het Keulse Veer, die economisch voordeel bood voor Utrecht. Maar dit oponthoud was niet het enige bezwaar. Er waren ook klachten over de begaanbaarheid: ondiepten in de Vecht door zandplaten en gestort afval, slecht onderhouden jaagpaden, vertraging door de vele bruggen en het sluisgeld dat onder meer bij de Weerdsluis en in Vreeswijk betaald moest worden. En dan was er ook nog het verbod in Utrecht om schepen met paarden voort te trekken. Die taak was daar toebedeeld aan behoeftige vrouwen en kinderen. In Amsterdam voelde men zich onderdeel van de Utrechtse armenzorg.

Het debat over het wel of niet aannemen van deze wet in de Tweede Kamer duurde maar liefst 12 dagen, was bijzonder spannend en werd in het hele land gevolgd.

Nieuw kanaal

De Amsterdamse Kamer van Koophandel kwam met een groots plan: een nieuw te graven, efficiënt kanaal voor hun Rijnvaart richting Keulen. Dat moest lopen van Amsterdam langs Naarden en Amersfoort, door de Gelderse Vallei naar de Waal bij Dodewaard. In Utrecht schrokken ze: de stad dreigde zo gepasseerd te worden! Het werd alarmerend toen de minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, Tak van Poortvliet, het Amsterdamse plan omarmde en overnam in zijn Ontwerp Kanalenwet van 1878. Dit wetsvoorstel ging over wateren in heel Nederland, maar het meest omstreden deel van deze kanalenwet was het Amsterdamse plan.

Het debat over het wel of niet aannemen van deze wet in de Tweede Kamer duurde maar liefst 12 dagen, was bijzonder spannend en werd in het hele land gevolgd. Aan de ene kant stonden de voorstanders: de minister en Kamerleden uit Amsterdam, Haarlem, Nijmegen. Aan de andere kant tegenstanders uit Utrecht en gemeenten langs de Vecht, zoals Maarssen en Gorinchem. Bij de uiteindelijke stemming over het Amsterdamse plan waren de tegenstanders met slechts één stem in de meerderheid. Limburgse Kamerleden die ontevreden waren over Limburgse onderdelen van de kanalenwet hadden met Utrecht mee tegengestemd. Minister Tak van Poortvliet trok daarop teleurgesteld zijn wetsvoorstel in, nam ontslag, gevolgd door de val van het hele kabinet.

Zijn opvolger, minister de Klerk, koos weliswaar ook voor de aanleg van een nieuwe vaarweg voor de Amsterdamse Rijnvaart, maar deze liep niet meer door de Gelderse Vallei. Tot groot geluk van Utrecht zou deze waterweg vlak langs de westelijke kant van de stad lopen. Dit nieuwe ‘Merwedekanaal’ van 1892 verbeterde de Rijnvaart richting Keulen én leverde Utrecht voordeel op. Het stimuleerde daar de vestiging van bedrijven langs het kanaal en in de aangrenzende gemeente Zuilen. De oude Keulse Vaart verdween en ging gedeeltelijk op in het Merwedekanaal.

Geschreven door Peter van Walstijn Schrijfteam UtrechtAltijd

Bronnen

H.A. Kamphuis, Tussen algemeen en plaatselijk belang: De verwerping van Tak van Poortvliets ontwerp-Kanalenwet in 1879. Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 9, 2000

Paul Brood, De Keulse Vaart, G-Geschiedenis.eu

Aanvullende informatie