Verhaal

In het Utrechtse boerendorp Benschop heerst een ontspannen sfeer. Men denkt in september 1944 dat de oorlog bijna voorbij is. In een weiland in de buurt poseren de plaatselijke verzetsgroep en onderduikers voor een fotograaf. Als herinnering voor later, en als dank. De afdrukken vinden gretig aftrek onder inwoners. Vrijwel niemand stond stil bij wat er kon gebeuren als de foto in verkeerde handen zou vallen.

Benschop is tijdens de Tweede Wereldoorlog een toevluchtsoord voor veel Nederlandse jongens die weigeren te gaan werken in Duitsland. Benschoppenaar Jan Aart van Ieperen, een jonge onderwijzer, helpt deze jongens bij het vinden van een onderduikadres. Samen met boerenzoon Theo Klever leidt hij het verzet in Benschop en zorgt met inwoners en medestanders dat in totaal zo’n tweehonderd mannen een veilig heenkomen vinden in het dorp.

Een grote familie

Onzichtbaar is het verzet in Benschop allerminst. Bijna iedereen in Benschop heeft onderduikers in huis. Op het hoogtepunt zijn er honderd onderduikers aanwezig op een gemeenschap van 2200 mensen. Daarnaast werken onderduikers mee op het land en bezoeken ze de kerkdienst op zondagen. Inwoners van toen beschrijven het uit de kluiten gewassen dorp als ‘een grote familie’. De schok is dan ook groot als blijkt dat het ‘geheim’ van Benschop bij de Duitsers terechtgekomen is.

Met een verrader in hun midden

Een Benschoppenaar gidst een Duitse commandant langs de verblijfsplekken van verzetsstrijders. In de hoop dat zijn ‘hulp’ zal leiden tot een functie bij de politie. Tijdens de razzia van 13 februari 1945 blokkeren tweehonderd Duitse soldaten alle uitvalswegen en vallen ze boerderij na boerderij binnen op zoek naar tegenstanders. Verzetsstrijders Klever en Struik zijn ook ontdekt en doden bij hun arrestatie twee soldaten. En worden zelf ook neergeschoten. De groepsfoto komt die dag ook in handen van de Duitsers, die nu precies zien wie er betrokken zijn bij het verzet.

Leidend tot een tragisch slot

Zo wordt Jan Aart van Ieperen herkend als verzetsleider. Met vijftig andere mannen uit het dorp wordt hij gearresteerd en afgevoerd. Jan Aart zit even opgesloten in de Utrechtse gevangenis aan het Wolvenplein. Een paar dagen later nemen de Duitsers hem mee terug naar Benschop, met nog zes andere verzetsstrijders. De soldaten willen wraak nemen op de dood van hun twee collega’s. Op het erf van de boerderij aan de Benedeneind Zuidzijde 361, worden de mannen zonder pardon gefusilleerd. Dorpelingen worden gedwongen te kijken naar hun helden. Aan de weg staat nu het monument ‘Drama van Benschop’, een herinnering aan de omgekomen verzetsstrijders. En ook de ‘familiefoto’ houdt de herinnering levend.

Dit verhaal is onderdeel van de reeks Plaats delict Utrecht. Bloedstollende verhalen uit het Utrechtse verleden. Klik hier voor meer verhalen over de duistere kant van Utrecht.

Aanvullend materiaal en bronnen

Bram de Graaf schreef het boek Het verraad van Benschop: Verzet en vergelding in een boerendorp, februari 1945 (Amsterdam, 2015). Daarin wordt gedetailleerd beschreven wat er destijds gebeurde in Benschop.

- Op het platform Het verraad van Benschop staan verhalen van ooggetuigen en inwoners uit Benschop.

- Het programma Andere Tijden wijdde een aflevering aan het Drama van Benschop, deze is online te bekijken.

- Nationaal Comité 4 en 5 mei fotografeerde het monument bij de boerderij.

meer

Gerelateerde objecten

meer