Puzzelstukje in de historie van Leersum

4 min

Een nieuw te bouwen hofje op een voormalig bedrijventerrein aan de zuidkant van Leersum bood archeologen de kans om eerst onderzoek te doen. Wetende dat bij nabijgelegen locaties al sporen gevonden waren van bewoning in de Prehistorie, de Romeinse tijd én in de Middeleeuwen. Het vooronderzoek was al veelbelovend, en de resultaten? Spectaculair!

Voordat archeologen echt aan de slag gingen op het terrein aan de Middelweg in Leersum werd vooronderzoek gedaan. In die speurtocht werd eerst de staat van de bodem onderzocht. Die bleek behoorlijk onverstoord te zijn, de diepe lagen grond waren ondanks bouwwerkzaamheden niet omgewoeld. Daarop volgend werden smalle sleuven gegraven en daarin vonden de onderzoekers al grondsporen en enkele aardewerk scherven. Genoeg reden om een deel van de bouwgrond voor de nieuwbouw op te graven.

IJzertijdboerderij

Tijdens de opgraving werden maar liefst drie perioden vastgesteld waarin het terrein in gebruik is geweest. De oudste bewoning vond plaats in de vroege ijzertijd (circa 800 tot 500 voor Chr). Uit deze periode werden donkere verkleuringen in het gele zand aangetroffen; restanten van houten funderingspalen die ofwel weggerot waren, ofwel uitgetrokken om hergebruikt te worden. Deze paalsporen vormden meerdere structuren zoals opslagschuurtjes (spiekers) en enkele grotere gebouwen. In enkele paalsporen bevonden zich zelfs scherven aardewerk. Hoogstwaarschijnlijk ‘afval’ dat terechtkwam in die paalsporen, of paalkuilen, toen de funderingspalen van de ijzertijdboerderij in onbruik raakte en uit de grond gehaald werden.

Brandstapel

In de tweede tijdlaag kwam een spectaculaire vondst naar boven: tussen vier paalsporen vonden de archeologen een ondiep kuiltje uit de Laat Romeinse Tijd (tussen het eind van de 3de en halverwege de 5e eeuw na Chr). Al snel werd duidelijk dat dit kuiltje de restanten van een crematiegraf bevatte. Het graf bevatte de verbrande botresten van een volwassen man die tussen de 30 en 60 jaar oud geworden is. De man is na zijn dood op een brandstapel gecremeerd, samen met enkele bijgiften. Een van die bijgiften was een glazen object, mogelijk een stuk vaatwerk, dat door de hitte helemaal vervormd is. Ook werden fragmenten van een versierde benen kam in het graf gevonden.

Houtskoolmeiler

Al tijdens de Romeinse tijd werd het terrein gebruikt om houtskool te produceren. Houtskool was belangrijk bij bijvoorbeeld de productie van ijzer, omdat het hogere temperaturen kan bereiken dan een normaal vuur. Houtskool werd gemaakt in zogenaamde houtskoolmeilers: compacte stapels hout die onder zuurstofarme omstandigheden verbrand werden. Tijdens de periode na de Romeinse tijd, de Vroege Middeleeuwen (circa 450-1000 na Chr.), werd de productie van houtskool voortgezet. Op het terrein vonden de onderzoekers maar liefst zeven vroegmiddeleeuwse houtskoolmeilers.

Na die drie perioden, waarvan tijdens de opgraving de resten zijn gevonden (ijzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen), werd het terrein als akker in gebruik genomen. Dit is eeuwenlang zo gebleven totdat het terrein in de 20e eeuw bebouwd werd.

Dit verhaal hoort bij aflevering 22 van de reeks Graven in het Groen. Dit is een uitgave van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. In elke editie staat een archeologisch juweeltje uit de gemeente in de schijnwerpers.  

Geschreven door Peter Weterings Gemeentelijk archeoloog Utrechtse Heuvelrug

Aanvullende informatie

  • Periode Prehistorie (tot 300 v. Chr.), Late Middeleeuwen (1000 - 1500), Vroegmoderne Tijd (1500 - 1800), Oudheid (300 v. Chr tot 500 n. Chr.)
  • Regio Utrechtse Heuvelrug
  • Plaats Middelweg, 3956 Leersum, Nederland
  • Categorie Archeologie, Landschap en natuur, Bouwwerken
  • PermaLink https://www.utrechtaltijd.nl/17436